Nauwelijks voor te stellen hoe sterk de tegenstelling honderd jaar geleden was tussen de protestanten en katholieken. Pas in de zestiger jaren komt de acceptatie en samenwerking op gang. De politieke eenwording, met het CDA, is pas dertig jaar oud.
Wat zijn er geen drama's ontstaan door de sociale contacten op jeugdige leeftijd tussen protestanten en katholieken, met het door beide kanten gebruikte gezegde ‘twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen'.
Was je protestant dan kreeg je al jong te horen dat je geen inkopen mocht doen bij De Gruijter of bij Vroom & Dreesmann, dat waren de ‘katholieke' winkels!
Van protestantse zijde werd er weinig moeite gedaan om katholieken tot ‘het ware, protestantse geloof' te brengen. De kans op succes was te beperkt?
Van katholieke zijde was men positiever ingesteld op mogelijk succes ‘om dwalende broeders tot het ware, katholieke geloof' te brengen.
Met dat doel is in 1898 in het Fraterhuis in Tilburg een massale gebedsactie op touw gezet, het succesvolle Gebedenverbond.
Een oorkonde van rond 1920 vermeld, afb. 1:
BEWIJS VAN TOETREDING IN
HET GEBEDENVERBOND VOOR DE BEKEERING
DER PROTESTANTEN VAN NEDERLAND
Tevens gaf het aan dat het aantal deelnemers in het verbond, 500 parochies bedroeg en 2.000 kloostergemeenten met hun schoolkinderen, in Nederland, België en elders.
De oorkonde vermeldde als verplichtingen:
- De leden bidden elke dag een Weesgegroet met het schietgebed ‘Zoet hart van Jezus, ontferm u over ons en over onze dwalende broeders'.
- Het aantal leden dient opgegeven te worden aan het Fraterhuis,
Gasthuisstraat 68, Tilburg. De namen van de leden is niet nodig (!).
- Enz, enz.
Het gebedenverbond groeide tot over de miljoen leden en werd goedgekeurd en bevestigd door de vier pausen, van Leo XIII tot Pius XII, en het Nederlandse Episcopaat.
Over het aantal ‘dwalende broeders' dat, tot het einde van het verbond in de tweede wereldoorlog tot inkeer is gekomen, is geen vermelding gevonden.
Effectiever was de aanpak van de Tilburgse Zusters van Liefde. In 1900 werd een bejaarde protestantse man, Witsen, gedoopt (1). Hij was ‘uit vrije beweging katholiek geworden en gestorven'. De man ontving ‘op één dag vier sacramenten', maar het gebeurde wel ‘in stilte, want niemand mocht het weten, zelfs zijn vrouw niet'. Hij werd protestants begraven 'om moeilijkheden te voorkomen', maar er is ‘wel gewijde aarde door ons in de kist gedaan'. Die hadden de zusters van het kerkhof van de fraters gehaald.
Als tegenhanger bestaat er nog steeds een ‘Steunfonds voor het Protestantisme in het Zuiden', gekscherend het ‘Fonds ter bestrijding van het katholicisme' genoemd.
Afb. 1: Bovenzijde van de oorkonde ‘Bewijs van toetreding in het gebedenverbond'.
Met dank aan Rien Vissers, archivaris Fraters CMM
(1) Uit ‘Rozen van Elisabeth' van Rob Wolf , 2002, pag. 33







