- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
4.
Een broer van Tinus van Bommel, agent in assurantiën, noemde men Stoom van Bommel, dit had zijn oorzaak doordat de ademhaling van genoemden heer eenigszins in zijn neus belemmerd werd en het geluid nabootste van het stoom laten schieten.
Dat het een halve eeuw of meer geleden iets buitengewoons was als iemand Parijs had bezocht, getuigt, dat men den Heer Van Dooren, die naar Parijs was geweest nimmer anders noemde als "Parijs van Dooren".
De Schèle Jan, ook genoemd de Kromme Jan Mutsaers (nog tegenwoordig Mutsaers in 't Zand) was bode bij de gewerengilde St. Dyonisius. Men kon hem na afloop van den jaarlijksch met kermis gehouden optocht zien in den mallemolen met de kinderen die een versierd geweertje droegen en gekleed waren met witte broek, blauw blouse en mutsje met kwast op het hoofd.
't Was toen ook het gebruik dat behalve de knecht van het gilde, er ook een Jan Lepkes bij was. Zoo'n Jan Lepkes was gekleed met een katoenen pak, dat geheel gemaakt was van driehoekige gekleurde lapjes, wit, rood, zwart, geel, groen, zooveel mogelijk dooreen, ter grootte van plm. 10 cm. Muts van 't zelfde stof. In zijn hand een lat, of beter gezegd 3 of 4 latjes op elkaar, aan de handvat aan elkaar verbonden. Deze Jan Lepkes was altijd in beweging, liep van voren en naar achter tijdens den stoet.
Liepen kinderen of wel grooten in den weg, dan sloeg hij er met zijn lat op. Dit klapte natuurlijk harder als dat het pijn deed. Zijn naam was Willeke Rottie. Willeke was opperman en niet ongenegen een hem aangeboden borreltje of biertje te aanvaarden.
Dat er in Tilburg liefhebberij was in "jandoedel"en velen er den smaak van beet hadden, bewijst wel een zekere drinkebroer, die met den naam van Zwenkert werd betiteld. Het grootste genoegen van dezen man zou geweest zijn, als hij het quantum jenever eens bij elkaar had kunnen zien, hij schatte de hoeveelheid zoo groot om er de Heikensche kerk mede te vullen. Korthout heeft men nooit gezien of hij had te veel gedronken.
Dikwijls lag hij in een der toenmalige smalle zijstraatjes buiten westen langs den weg. Zijn buurvrouwen wilden hem dat drinken afleeren en pasten een oud gebruik toe. Korthout werd voor de ploeg gespannen en trekken moest hij, en ontving de noodige aanmoediging door slaan en trappen.
Wordt vervolgd.
Toegevoegd op: 20-10-2011, 18:03
bekijk alle bijdrages (137) van deze auteur







