Twee verhalen over dezelfde gebeurtenis in 1780 gebaseerd op het proces-verbaal, de schepenakte, uit 1780.
1. Het is vastenavond, dinsdag 8 februari 1780, rond zeven uur in het Nieuwland. Adriana Zeijlmans/Seijlmans, moeder van vier kinderen, roept haar man Jan van den Hout, die nog aan het werk is als hoedenmaker dat er een klant is. Adriaan Haans wil een hoed kopen. Jan gaat, om een hoed om te verkopen, met Adriaan mee naar buiten en neemt daarvoor een lamp mee.
Een uur later komt Jan weer thuis. Volgens Adriana ‘bezweet en afgemat en struikelend ‘. Jan geeft toe te zijn geslagen.
Een Adriaan Haans had met drie kompanen afgesproken om Jan v.d. Hout voor de ploeg te spannen omdat hij in ‘onenigheid met zijn vrouw leefde' en volgens een ander was het ‘redelijk en behoorlijk om v.d. Hout te laten straffen, omdat hij zijn vrouw slecht behandelde'. Volgens getuigen waren er veel vrouwen bij het gebeuren aanwezig, waarbij een vrouw riep ‘sla de donder maar dood; hij heeft het wel verdiend'
Volgens de verklaring van Adriana, zijn vrouw is hij, uit schaamte of angst, de volgende dag Aswoensdag, naar zijn broer vertrokken in Geertruidenberg om daar een huis te huren.
(Uit: ‘Actum Tilliburgis' 1972-I, pag 4, van Heemkundekring Tilburg)
-------
2. De hoedenmaker Jan van den Hout in de Nieuwlandstraat wekte de ergernis van de buurt op door zijn ongemanierd en onbeheerst hardhandig optreden tegen zijn vrouw. Dat nam men niet en in de herberg werd het plannetje uitgebroed om op hem de traditionele Meyerijsche straf toe te passen. Men zou hem voor de ploeg spannen.Toen het zover was, verkleedde een der buurtbewoners zich als vrouw, men haalde v. d. Hout uit huis en onder het gejoel en geschreeuw der toegestroomde menigte ging hij voor de ploeg en moest die rond het huis trekken, waarbij de zweep van de initiatiefnemers wel zorgde, dat de zich heftig verzettende onverlaat trok als een paard. Maar deze initiatiefnemers moesten zich voor de schepenbank verantwoorden; dergelijke volksgerichten pasten niet meer zo dicht bij de (Oude) Markt.
(Uit: ‘Van Heidorp tot Industriestad', pag 233)
-----
Wat kunnen we nog achterhalen over dit gebeuren?
Op bijgaande plattegrond van Hendrik Verhees uit 1791 is te zien dat Jan v.d. Hout op het ‘Nieulant' genoeg ruimte had om te ploegen.
De ploeger Johannes van den Hout, afkomstig uit Waspik, overleed in Geertruidenberg in 1827, 84 jaar oud. Hij was toen getrouwd met de 82-jarige Geertruidenbergse Anna Goossens.
Als hij dus kort na het gebeuren in februari 1780 uit Tilburg naar Geertruidenberg is ‘gevlucht', heeft hij daar nog 47 jaar gewoond.
Over bovenstaande Adriana Zeijlmans, zijn 1e vrouw, zijn geen nadere gegevens gevonden.
Degene die Jan zijn huis uit lokte was de 42 jarige ongehuwde Adriaan Haans. Hij trouwde wel, op 51-jarige leeftijd in 1788, en is als weduwnaar overleden in 1820, 82 jaar oud. Over zijn partner, Johanna M. Janssen(s) zijn geen verdere gegevens bekend.
| Relaties met Stadsdelen: |
|---|







