8.
In bijnamen geven schenen de Tilburgers vroeger onuitputtelijk. Ik herinner me de volgende bijv.: Staans Puf, Pan Boor, Kuus Hersmus, 't Corsetje (plm. 120 cm), Lekkere Bet, de familie Jaans Kleverus (grootmoeder, moeder, dochter en kleindochter, allen de naam van de moeder dragende).
't Konijntje (een vechtersbaas), de Hasseltsche schuit, de Schoon Sophie.
"De Vergulde Pil", een koffiehuis in de Karrestraat, thans magazijn van Wezel (was iets verdachts). De Zjiem, notabene naast de tegenwoordige Kath. Leergangen (Les extrèmes se touchent).
Pater Van Dam, cafétje Lange Pad, was vroeger frater. Eveneens Pater Van den Broek, winkelier Lange Pad, ook ex-frater.
Peer Muil stond vroeger Zondagsmiddags in de Heuvelstraat, voor het straatje naast Jan van Nunen met snoepgoed. Een bak met 3 dobbelsteenen, raden onder de 7 of boven de 12. Een attractie ! Raadde men onder de 7, en de steenen telde bijv. 2-1-3, dan was men winnaar, ook als men raadde boven de 12, en de 3 steenen telden 13 of meer, was men winnaar. 7-8-9 / 10-11-12 was in elk geval voor de "Krèmer". Mag nu niet meer.
Hoewel bovenstaande geschiedenis hoofdzakelijk het zuidelijke deel der stad betrof, was men in het noordelijke deel ('t Goirke, en Veldhoven, Hasselt en Heikant) niet minder vrijgevig met het geven van bijnamen. De bewoners van "geene kaant", over de lijn (Noord) noemde men "Turken". De Turken noemden de bewoners van achter de spoorlijn (zuidelijk) "Kaaijbutters". Van ouds zeiden de Turken als ze naar de Kaaijbutters gingen: we gaan naar "'t dorp" (Tilburg was vroeger een dorp en nog maar een goede 100 jaar stad).
Winkels had men bijna niet over de lijn. Deze konden slecht een bestaan vinden. Wanneer bijvoorbeeld een doos fosfoor lucifers op 't Goirke 4 cts kostte een aan "'t durp" ook 4 cts, dan zei men heel gewoon: Die kan ik in 't dorp ook voor 4 cts krijgen, en men kocht ze bij voorkeur bij de "Kaaijbutters". Het was hen evenwel meer te doen om er eens uit te zijn; ‘t Kon over de lijn in vroeger jaren verschrikkelijk stil zijn.
Als men de wegen (er waren bijna geen bestraatte wegen) bewandelde, zag men bijna niemand op straat. Vooral des zondags was het een doodsche boel. Toch loerde men van achter de geplooide gordijntjes alles af.. Men wist altijd te vertellen: Ge bent Zondag neven ons gekomen, en ze zouden daarbij gaarne gevraagd hebben: Wat kwam je er doen ?
Tusschen de jonge bewoners van Noord en Zuid was het voortdurend oorlog. Met schrik ging een "Kaaijbutter" altijd naar 't Goirke, en was blij weer thuis te zijn zonder klappen ontvangen of uitgedeeld te hebben. Van den anderen kant, als wij een paar Turken aan "dezen kaant" aantroffen, werd natuurlijk revanche genomen en de Turken op een rammeling getrakteerd.
De afbeeldingen: De Goirkestraat, de Bissch. Zwijsenstraat en de Nieuwlandstraat.
Wordt vervolgd.
Toegevoegd op: 20-11-2011, 18:17
bekijk alle bijdrages (130) van deze auteur







