9.
Er werd hard gewerkt aan 't Goirke c.s. De patroon - fabrikant was reeds 's morgens om 4 uur present om te zien of 't werkvolk op tijd begon. De draadmakers (draoimaokers) werden vroeger vetlap, vethol of fabriekslèpke genoemd
Om 12 uur eten en om 1 uur weer op "de fabriek" tot 11 uur 's avonds. Een der grootste fabrikanten had 's morgens omstreeks half vijf al het ongeluk om door een der luiken naar beneden te tuimelen. Zoiets kon aan "de Stad" minder voorkomen omdat men daar nog rustig te bed lag.
De "Van" van die fabrikant was Eras; men had Hein Bart, Koos en Kees Eras. Een van die was het. Toendertijd heeft men nooit gehoord van een Menheer Eras.
Als men een wandeling maakte langs Teurlings Molentje naar 't Goirke of naar de Hasselt ofwel naar den "Haaikaant", overal hoorde men het getik en gekletter van de weefgetouwen op de maat en de muziek: Geen geld, geen goed, ochgottegottegot ! Midden in de straten werden de "kettings"gedroogd op omgekeerde breede harken (rijven, zegt men in Tilburg). De draden werden gelijmd in een smerige stinkende afval van looierijen om de vezels bij elkaar te houden. Na gedroogd te zijn waren ze juist sterk genoeg om bij het weven gebruikt te worden.
Als men later een nieuw pakje aan had kon men niet veronderstellen dat het stof in Tilburg vervaardigd was, en toch was het zoo. Buitenlandsch fabrikaat kwam slechts bij hooge uitzondering in Tilburg. Wanneer iemand het had, dan was het de Gentleman August Verschuuren, Kleermaker, die Engelsche of Belgische stoffen versneed.. De genekaantsche fabrikaanten waren echter nog zo dom niet. Ik herinner me nog dat Bernard Mutsaers mij een staaltje vroeg van de stof (buitenl. fabrikaat en zeer modieus), waarvan ondergetekende een broek droeg.
Mode was toen een wijde lichte broek, van onder breed uitgesneden en bijna de geheele schoen bedekkend. De "Pattes d'Elephants" werden ze genoemd. De broek behoorde bij een gekleede lange jas en wit vest.. Natuurlijk 's Zondags een hooge hoed. Wandelstok met ronde knop. Toen, na eenigen tijd, werd ik verrast door de toezending van 1 ¾ el stof voor een broek, zeer goed gecopieerd van het kleine staaltje dat de Heer B. Mutsaers van mij ontvangen had.
Aardig hé ?
Een algemeen gezegde van de Goirkenaren was: "Aan het Durp de praacht, maar hier de maacht". De bedoeling was dat 't geld op 't Goirke te vinden was.
Behalve de van ouds bekende Kapel van de Hasselt, is die wijk ook een Koningin rijk geweest. Janssens Van Buren is in de wijk Hasselt begonnen te fabriceeren. Mevrouw Janssens Vam Buren werd "de Koningin" genoemd, waarschijnlijk omdat deze dame ver stond boven een Hasseltsche of Goirkesche "vrouw". Zij had ook eene manier van heerschend optreden.
Mogelijk dat de naam "Van Buren" oorzaak was van deze betiteling. Immers, wanneer onze vorstelijke regeerders incognito reizen maakten, namen zij gebruik van den titel "Graaf van Buren" of "Gravin van Buren". (Princes Juliana is ingeschreven te Leiden als Gravin van Buren).
De afbeeldingen:De firmanten Eras, waaronder Hein, Bart, Koos en Kees ! Op deze foto kom ik t.z.t. terug. Voorts de: Goirkestraat en de Hasseltstraat (fotonrs Reg Arch.: 00596 en 010304).
Wordt vervolgd.
Toegevoegd op: 27-11-2011, 11:44
bekijk alle bijdrages (137) van deze auteur
![]() |
| Relaties met Stadsdelen: |
|---|







