10.
Het Goirke heeft het voorrecht gehad van twee zangers te bezitten, zoo als men ze hoogst zeldzaam zal ontmoeten. Een der twee was Jan van Sprang. Een enorm natuurlijk bas geluid (een 16 voeter van een kerkorgel zou men kunnen zeggen), bovendien voor dien tijd goed geschoold. De andere was Louis de Wijs, met een krachtige welluidende tenorstem, zoowel in het lage als hooge register. Met volle borststem (geen falcet) zong hij zonder inspanning de boven re. Zijn register bevatte 3 octaven, hij kon daarom bijwijlen een bas solo zingen.
Hij had een corpus sana en kon op elk uur van den dag zingen, onvermoeid, zelfs op 't einde van een feest, wanneer andere zangers "op" waren, zong hij als een lijster. Des 's morgens in de Kerstmis evengoed als op een concert. Duizendmaal is hij opgetreden bij concerten, kerkelijke diensten, liefdadigheidsconcerten, en steeds welwillend.
Men moest er nu nog eens om komen. Als een tenorzanger het vierde gedeelte van stem had als Louis de Wijs, zou hij er nog van profiteeren om er een voordeel uit te slaan. Jammer genoeg was Louis te nederig, te goed, en werd van hem geprofiteerd ! Anderen hadden reeds lang hun knoopsgat gevuld gezien met een of andere orde en bovendien een kapitaal verdiend. Denk aan Caruso. Die was millionair en had niet zulk materiaal in zijn stem als Louis de Wijs. Ouderen van dagen kunnen zulks bevestigen.
Ik geloof niet dat er nog in leven zijn, die Jan Verschuuren, tenor, gehoord hebben. Die moet ook een buitengewoon mooie tenorstem gehad hebben. Doch deze was, op ongeveer 40 jarige leeftijd, zijn beschikking over zijn stem verloren. Louis de Wijs zong tot ruim 60 jarigen leeftijd. Een kwartet van hooge zeldzaamheid was: Louis de Wijs, tenor, Constant Lombarts, 2e tenor, Eduard Janssens, bariton en Jan van Sprang, bas. Een geheel dat in een eeuw tijd bijna niet zal voorkomen.
Jan van Sprang heeft ook niet financieel van zijn stem geprofiteerd. Hij verliet Tilburg en was later politie agent in Amsterdam.
Iets wat zelden voorkomt, bestond ook op het Goirke. Dat was een ezeltje dat vuur poepte. Men kon ook goed rijmpjes maken. Het ezeltje veroorzaakte wel eens brand en daarom zong men "En als men vraagt waar is de brand: bij Evert Lommers de fabrikant".
Een der Lommersen had den bijnaam Stertje Lommers. Oorzaak was dat men de staarten van de koehuiden nam en er oxtailsoep van maakte. Of andere looiers dat ook deden, is mij niet bekend.
Een bekende figuur op 't Goirke was Christ de Wijs, vader van bovengenoemde zanger. Hij had een paar dochters uit één stuk, flinke gezette groote dames. Beiden zijn religieuse geworden. Deze dames hadden den bijnaam van "Paaschos". Christ de Wijs was lid van den gemeenteraad. Toendertijd was men al bezig een oplossing te zoeken aan den overweg, bij G. van den Blerk. Christ de Wijs stelde voor een wip te maken, dat was een weinig kostbare uitvinding en natuurlijk in een wip erover. Na ongeveer een halve eeuw zoekt men nog naar de oplossing en intusschen is er nog geen beter voorstel ingekomen.
De afbeeldingen: Het Goirke met Norbertijnenpoortje en beeld van Dionysius. Krantenbericht en foto van Louis de Wijs.
Wordt vervolgd.
Toegevoegd op: 07-12-2011, 17:07
bekijk alle bijdrages (137) van deze auteur
![]() |
| Relaties met Stadsdelen: |
|---|







