14.
Heel veel langer, misschien 70 jaar geleden was er ook een soortgelijke oploop. Maar dit gebeurde aan "geenen kaant". Men had het oog op zekeren Mandos. Men zong: Mozes (Mandos) met zijn kalen kop, kierewierewiet, bom, bom. Daar dansen de luizen met secties op, kierewierewiet bom bom enz. enz. Het speelde op de Veldhoven en men maakte daar 's avonds zoo'n spectacle en lawaai dat ik meermalen hoorde vertellen, dat het geweld van de Veldhoven in de Heuvelstraat te hooren was.. Als men in aanmerking neemt dat tusschen Heuvelstraat, de Heuvelsche akkers en Besterd beide nog groote vlakten waren, kon het geluid best de Heuvelstraat bereiken.
Ongeveer 60 jaren geleden, toen de bliksem in den toren van 't Heike was geslagen en in den "bol" brand ontstond, kwam Jaan van Sprang, bakker in de Heuvelstraat, naast Aap van der Wegen, zijn bakkerij uitgeloopen in het kerkstraatje achter zijn huis (Het kerkstraatje begon bij Rinuske de Bresser en liep tot Jan Pijp naar de Heuvelstraat). Hij riep tot zijn knechts: "Op jongens ! Gods Huis staat in brand !" (juist op het moment dat een Kapelaan van 't Heike zich naar de plaats des onheils spoedde).
Zodra echter de Kapelaan uit het gezicht was, riep Jaan van Sprang: "Allo jongens, als de bliksem naar binnen, 't brood moet uit den oven....." Naris Donders, timmerman, heeft de brand in den bol gebluscht. Hij werd gewond door smeltend lood.
Met Sint Hubert werden Huiberbrooikes gebakken. Deze broodjes werden 's morgens heel vroeg in groote manden naar de kerk gebracht en werden aldaar gezegend. Iedereen at des morgens een stukje gezegend "Huiverbrood" en de hondjes werden niet vergeten, ter afwering van razernij. Jaan van Sprang blies 's avonds voor St. Hubert om een uur of zeven, op zijn hoorn, wat in de geheele buurt en nog verder hoorbaar was, en het teeken was, dat den volgenden morgen de "Huiverbroodjes" te koop waren.
De gewoonte om op den hoorn te blazen heeft misschien aanleiding gegeven tot het maken van 't volgend vers:
De bakker op den hoek
Die heeft vannacht geblazen
De kruimels uit z'n broek
Die hangen voor de glazen
Onder de bakkers waren meer origineelen, o.a. Hein Knegtel (de vader van Joseph Knegtel, die meer dan 70 jaar chorist was op Heike en Heuvel, en wonder boven wonder niet gedecoreerd).
Hein Knegtel woonde op den Heuvel en had verschrikkelijk het land, als op marktdagen de boerinnen in zijn poort (die wat terug stond) hunne behoeften kwamen doen. Om ze het af te leren stond hij met een schop en een paar eieren gereed. Wanneer de boerin gevolg gaf aan de behoefte, schoof Knegtel voorzichtig een schop onder de poort en ving het gebak op, haalde het voorzichtig onder de poort terug en legde in de plaats twee gekookte eieren. De grap werd voort verteld en bakker Knegtel had geen last meer van de boerinnen.
Een boer kwam bij hem de poepdoos leegen. Toen de boer het deksel er af genomen had, vroeg Knegtel: hebt ge hem al geproefd? Wat, zegt de boer, proeven ze die ? Jè zeker, zei Knegtel, wiste dat nog nie, en meteen steekt Knegtel zijn middelsten vinger in de mosterd, en likt zijn wijsvinger af. Smakt even met zijn tong tegen 't gehemelte, en zegt tegen den boer: hij is goed, vriend ! De boer volgt zijn voorbeeld, lekt zijn natten vinger, en zegt tegen Knegtel: ik proef het niet of hij goed of slecht is. Dat moet je ook nog leeren, zei Knegtel. Ik kon het de eerste keer ook nog niet !
Wordt vervolgd.
Toegevoegd op: 29-12-2011, 18:11
bekijk alle bijdrages (137) van deze auteur
![]() |
| Relaties met Stadsdelen: |
|---|







