Naast het oude stadhuis op de Markt stond onze botermarkt, de Boterhal (foto 1), gebouwd in 1888.
De boerenbevolking uit de omgeving karnde zelf de boter en verkocht die wekelijks op de marktdag in de Boterhal. Nu is het moeilijk voor te stellen hoe dat precies gebeurde.
Het blijkt dat er in de enorme Boterhal, lange banken stonden (foto 2).
Het was ongetwijfeld op de marktdagen een levendig gebeuren daar op die banken met de grote hoeveelheid boerinnen voorzien van hun korven eieren en boter.
Blink, een fantasierijke Hollandse geschiedschrijver, vertelde in 1890 over de Brabantse boterverkoop:
‘Over 't geheel maakt het weekmarktbezoek in Noord-Brabant een groot verschil met dat in andere streken van Nederland. In Noord-Brabant daar bezoeken de jongelieden de weekmarkt bijna niet en ook de boeren blijven meest thuis.
Doch moeder de vrouw gaat gaarne met haar mandje met eieren of boter aan de arm stadwaarts, om van daar een bescheiden bedrag in geld huiswaarts te brengen, waarvan gespaard wordt om de pacht of rente te betalen en belastingen te voldoen.’
In de boterwaag of overdekte markt ‘ziet men de boerenvrouwen naast elkander geschaard, in hun schamele Brabantse kleding, de botermand voor zich houdend, met een blauwen doek overdekt, die half wordt weggeschoven. De boterkopers en koopsters uit de stad lopen er langs, proeven het product, loven en bieden, en vele burgerjuffrouwen nemen het gekochte direct in hun mandje mee naar huis.’
Als je kieskeurig was ingesteld moest je dus heel wat boter proeven om een goede keus te kunnen maken!
Jammer genoeg hield de gemeente geen gegevens bij over de hoeveelheid boter en eieren die in de loop van de jaren in de Boterhal zijn verhandeld.
Omdat boter relatief duur was bestond er het gezegde ‘zuivel op zuivel is van de duivel’. Je had dan de keuze of boter of kaas of brood maar niet alle twee.De bekende Blue Band margarine kwam pas in 1923 op de Nederlandse markt.
DE BOTERHAL MET CURIEUZE TOEPASSINGEN.
Om de enorm grote hal alleen te gebruiken voor de wekelijkse boter- en eierenverkoop was niet verantwoord. Daarom waren de zijkanten van de hal uitgerust met een serie afgeschoten ruimten, waarin slagers vlees verkochten.
Op grond van een nieuwe gemeentelijke verordening werd in 1913 een Gemeentelijke Keuringsdienst voor vlees ingesteld, met als locatie de Boterhal .
In 1916, tijdens de eerste Wereldoorlog moesten alle houders van postduiven zich in de boterhal melden, op last van het militair gezag.
In 1917 kwamen er meer dan duizend stakers, en de door de bedrijfssluitingen gedupeerden, er voor overleg bijeen (foto 3).
Vanaf 1919 werd er elke dinsdag en donderdag in de boterhal, een groente- en fruit- veiling gehouden voor Tilburg en omstreken.
In 1920 klaagde de GGD bij het gemeentebestuur over het gebruik dat zij mochten maken van de Boterhal. Naast de vleeskeuringen die werden gehouden was de hal uiterst gehorig en het wemelde er van de ratten ! De klacht hielp, want na twee jaar mocht de GGD verhuizen naar de Schoolstraat.
In 1929 hield men er de eerste bloemenveiling in Tilburg. Later tot na de oorlog werd dit de Groente en Bloemenveiling van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (Foto 4).
In 1959 verdween dit bijzondere gebouw om plaats te maken voor de nieuw te bouwen Stadsschouwburg met Schouwburgring.
Foto 1: De groente- en bloemenveiling in de Boterhal, rechts naast het oude Stadhuis. RAT 040750 uit 1958.
Foto2: De Boterhal met de lange banken in 1920, dan mede in gebruik door de GGD. RAT 065154.
Foto 3: Duizenden textielarbeiders vergaderen in de Boterhal in 1917. RAT 040851.
Foto 4: Bloemveilingen in de Boterhal vanaf 1929. RAT 040757.
Bronnen:
- Artikelen van Tilburgse journalist Pierre van Beek (1907-1993)
- Geschiedschrijver H. Blink (1852-1931)
- http://tijdmachine.tilburg.nl/
| Relaties met Stadsdelen: |
|---|







