We laten Ton(Dal) aan het woord vanaf haar kleutertijd. Het gezin woonde inmiddels op Theresia en wij zitten in het jaar 1957.
Zij begin haar levensverhaal vanaf de tijd dat ze de kleuterschool bezocht;
"Wij waren in de wijk een buitenbeentje, op de kleuterschool was dit al te merken. Wij droegen kleren van Vincentius en konden niet deel nemen aan de activiteiten die geld kostten. Het was er gewoon niet. Op de lagere school moest ik de klassen één en twee overdoen. Ons Lies (mijn tweelingzus) was in de eerste klas eveneens blijven zitten. Wij hadden nog geluk, want velen van ons gezin hebben de BLO bezocht en dat had niets te maken met het feit dat zijn niet konden leren. Ze paste niet binnen de doelgroep, wij waren afkomstig uit een volksbuurt.
Als wij jarig waren kwamen wij ieder jaar in tweestrijd. Het verzwijgen zou het makkelijkst zijn, want trakteren konden wij niet. Het nadeel was, dat wij dan ons felbegeerde prentje misten. Dus wij vertelden de zuster of juffrouw netjes dat wij jarig waren. Er werd dan gezongen voor ons, de kinderen verwachtten dan een traktatie, maar die kwam niet. Zeker in de lagere klassen leverde dit het nodige getreiter op. Kinderen zijn hard tegen elkaar, voor ons was het ramp.
Op schoolreisje konden wij eveneens niet, er was eveneens hiervoor geen geld. Op Theresia konden wij via Don Bosco, op het Wilhelminapark wel mee op kamp. Dit was meestal in de week van de kermis. (Dit was bewust zo gepland door kerk De geestelijken van de wijk regelden dat wij meekonden. Ik herinner mij dat wij onze communiejurk kregen van Vincentius, de pastoor had hiervoor gezorgd, ons zieltje mocht niet verloren gaan. Ons moeder was zeer gelovig en zou dit niet hebben kunnen verkroppen. Ik herinner mij dat er in mijn lagere schooltijd nog drie zusters waren; Blanca, Donders en Ajetta (het strenge schoolhoofd). Toen wij dertien waren gingen wij werken, maar dat was voor ons niet de eerste keer.
Tijdens onze lagere schooltijd "klusten wij bij". Wij gingen minimaal één keer per week naar de Clarissen, daar bad een zuster voor en wij baden daarna enkele Weesgegroetjes. Wij kregen dan, als het koud was, iets warms en in de zomerperiode was de beloning een appel of peer. Voor ons een traktatie, thuis kregen wij die niet. Toen ik tien was hielp ik mee, op zaterdag, in de slagerij van de supermarkt aan de Veldhovenring. Ik heb dit ook gedaan bij de Gouw(aan het Besterdplein), hier deed ik kleine klusjes achter in het magazijn en mocht absoluut niet voor in de winkel komen. Op woensdag gingen wij, na de school, op de markt ondergoed opvouwen, wij kregen hiervoor negentig cent of een gulden. Deze werd meteen omgezet in een zak friet bij van der Made op de Besterd. Dit gebeurde eveneens met het geld dat wij ophaalden tijdens het Driekoningen zingen. Als wij het mee naar huis namen waren wij het kwijt. Ieder dubbeltje was hard nodig om ons gezin draaiende te houden. Maar wij gingen soms creatief om met de geboden kansen."
In onze volgende bijdrage volgen wij Ton bij de AaBe en bekijken samen met haar wat er zoal gegeten werd bij het gezin. Hierbij vult haar oudere zus Truus haar regelmatig aan.
Rien van der Heijden
September 2009 (26)
Met dank aan:
Truus en Ton
Behandelcentrum de Hazelaar Tilburg, Mariëtte van Berkel
Bijlagen:
Foto 1: Moeder Dal, Tinus van Hest, Lies, Wilma en Ton
Foto 2: Ton in de vierde klas
Foto 3: Ton met haar nichtjes Ria en Nelly (dochter van haar zus Truus)
Foto 4: Ton en Lies met hun moeder bij St. Nicolaas
Toegevoegd op: 04-10-2009, 11:34
bekijk alle bijdrages (31) van deze auteur







