Sterfdatum: 26-12-1995
De man die drie keer overleed.
Mijn tweede moeder, Tiny van den Broek die uit Waalwijk kwam had een Heeroom, Pater Benjamin Hoefnagels, Franciscaan in Maastricht. (afb.6) Na een bezoek aan haar ouders, eind 1947. bracht ze het verhaal mee dat de communisten in China een ordegenoot van Heeroom hadden vermoord.
Dat bericht schoot me weer te binnen toen ik in de Katholieke Illustratie van januari 1948 zag dat er twee Nederlandse missionarissen vermoord waren. (afb. 1) Bovendien wist dit blad te melden dat er vier zusters van de congregatie der Kleine Zusters van Sint Jozef (met het moederhuis in Heerlen) gevankelijk werden weggevoerd. Voor hun lot werd gevreesd.
In het Regionaal Archief van Tilburg, vond ik vervolgens de Nieuwe Tilburgse Courant van 11 december 1947 waarin de ontstellende mededeling dat Mgr. Quintinus Pessers (doopnamen: Carolus Fransiscus Henricus Maria) geboren in Tilburg op 4 oktober 1896, door de Chinese communisten is vermoord. (afb. 2)
Mgr. Pessers was apostolisch perfect van Kiangchow en lid van de minderbroeders Franciscanen. Ook een medebroeder namelijk pater Leonides Bruns werd evenals Mgr. Pessers gestenigd en daarna onthoofd. Tegelijkertijd werden tien christenen die hen hadden willen bevrijden ter door veroordeeld en gedood.
In de Tilburgse Courant van 4 februari 1950 lees ik echter het volgende:
Mgr. Pessers terug in zijn kathedraal.
Mandarijn gaf hem weer verlof tot prediking.
Mgr. Q. Pessers, Apostolisch Prefect van Kiangchow, en de vier Zusters van de H. Joseph, Moederhuis Heerlen, die sinds jaar en dag in het achterland van de provincie Sjansi verblijven, afgesneden van de buitenwereld en zelfs van hun medebroeders en medezusters in Peking, hebben de laatste tijd weer contact gekregen met de Chinese hoofdstad. En zelfs hebben de regeringsinstanties Mgr. Pessers weer toegestaan terug te keren in zijn kathedraal.
Na een verblijf van acht maanden in de gevangenis werden zij door de communisten vrijgelaten. In de stad Kiangchow , waar de kathedraal van Mgr. Pessers staat, kregen zij een heek kleine woonruimte ter beschikking tezamen met enige Chinese families. Naar eerst thans langs velerlei omwegen bekend is geworden, mochten zij op 16 november (1949 HvM) weer naar de kathedraal terug. Kerk en woning vonden zij leeg. Alle meubilair was verdwenen. En in de kathedraal was geen enkel altaar of bank meer te vinden.
Maar zodra zij waren niet overgehuisd, of de klok luidde weer en Mgr. Pessers mocht in zijn eigen kathedraal een Hoogmis zingen. In een oogwenk liep de hele kerk vol. Behalve dat hebben zij van de plaatselijk mandarijn schriftelijk verlof gekregen vrij het geloof te verkondigen.
Zoals bekend is hebben destijds geruchten de ronde gedaan, dat Mgr. Pessers door de communisten vermoord was, Waarna het K.N.P als eerste kon melden, dat Mgr. Pessers nog in leven was maar dat zijn medepater L. J. Bruns inderdaad door de communisten in China was gedood.
Mgr. Pessers had zoals hieronder nog zal blijken en heel moeilijke tijd achter de rug, maar was nog onder ons, springlevend, hoewel het gedachtenisprentje (afb.3), dat was gemaakt naar aanleiding van een mededeling van de Nederlandse ambassade in Peking, anders deed vermoeden.
Benieuwd wat er van hem geworden was, kwam ik al “googlend” bij de site van de Catholic Hierarchy (afb. 4) waarin wordt vermeld dat Quintinus Pessers in 1983 op 86 jarige leeftijd in Kiangchow (tegenwoordig kennelijk Xinjiang genoemd) is overleden.
Einde verhaal? Niet echt.
In het archief vond ik ook een verwijzing naar een interview met de 90 jarige Quintinus Pessers (afb.5) woonachtig in Utrecht. In dat interview (Tijdschrift Variant 1986 nr. 12) vertelt hij in grote lijnen over zijn missieleven in China en wordt duidelijk dat hij in 1954 naar Nederland is teruggekeerd en inderdaad…. Nog steeds springlevend is. Sinds 1965 woont hij in Utrecht, nadat hij nog op een aantal plaatsen o.m. als Gardiaan heeft gewerkt .
Het interview geeft weer hoe hij in China na even terug te zijn geweest in Tilburg, vanwege zijn zieke moeder , in november 1936 wordt benoemd als apostolisch prefect van Kiangchow, De missie zat in een oud keizerlijk paleis en hij vond dat er een kathedraal moest komen. En die kwam er met twee torens van veertig meter hoog.
In 1943 komt hij in een Japans concentratiekamp in Peking terecht. Na de val van Japan besluiten ze met z’n drieën terug te gaan, maar dat kan alleen te voet. Na 600 kilometer zijn ze net voor kerstmis 1945 terug bij de kathedraal. Maar met Pasen 1947 komen de communisten. Hieronder laat ik een deel van zijn relaas volgen:
“Vier man verschijnt op de residentie Schiet ze buiten de stadspoort”maar dood". Dat gaat niet door. Op het kritieke moment komt er een officier die het er niet mee eens is. We krijgen één deken en één broek terug en mogen weer naar de residentie. die ondertussen grondig is leeggehaald.
Eind'47 word ik echt gevangen genomen. De tweede nacht verschijn ik voor mijn "rechters".Ze vragen naar wapens en geld. Als ik die niet produceer, is het: "Ga daar maar staan, handen omhoog.,. Ik krijg een zware steen in iedere hand. Tenslotte ook nog een steen op mijn hoofd. Dat duurt een uur of zes. Dan word ik in een klein hok gegooid, samen met pater Ruys. De volgende dag dezelfde vertoning, waarbij ze een nieuwe kwelling verzinnen: een stok achter mijn knieën. 's Nachts nog een keer. Dan gaan ze me executeren. Maar het gaat niet door.
Ondertussen moet ik leven van twee kopjes vogeltjeszaad per dag. Van mijn 160 pond houd ik er nog l00 over. Nieuwe ellende als nationalistische troepen de stad naderen. Met een groep andere gevangenen worden we 's nachts weggevoerd met ketenen aan de voeten. Na een uur of vijf krijgen we rust: met honderd man in een ruimte van vier bij vijf meter. Na een paar dagen is het nationalistische gevaar geweken en worden we teruggebracht naar de stad. Ruys is ondertussen doodziek. Families in de stad mogen nu eten voor ons koken. We hebben veel te lijden van de kou. De temperatuur zakt tot 15 graden onder nul. Dat duurt een maand of vijf.
Dan krijgen we bezoek van een generaa1. "Hoe maakt u het hier?" "Met mij gaat het wel, maar mijn collega is doodziek". Hij kaffert de politie uit, omdat ze de residentie kaal leeggeroofd hebben. Een maand later laat men ons "vrij" . We vinden een zeer beperkt onderdak in het huis van een heiden. Met Pasen houden we hoogmis. Kerk stampvol. Ruys gaat achteruit en op het feest van Antonius sterft hij. Eigenlijk heeft hij mijn leven gered. Ik heb mijn kamer voor hem vrijgemaakt. Vóór ik daarin weer terug ben,stort het zware plafond in. De zusters koken voor ons. De situatie duurt een jaar. Dan mogen we terug naar de residentie. Daar is helemaal niets meer. Ik slaap op een losse deur.
Na vijf jaar onder de communisten, willen de zusters toch liever weg. Ik laat ze gaan. Zelf blijf ik nog twee jaar, samen met een Chinese pater. Iedere zondag houden we dienst. Maar de druk neemt toe. Ze zeggen: "Je wordt doodgeschoten als je niet ophoepelt". Ze kondigen een 'volksgericht' tegen me aan. De christenen zeggen: zorg dat je iets toegeeft, anders loopt het slecht af.
De grote dag komt. Het plein stampvol met volk. Ik op het podium. Waanzinnige aanklachten. Een vrouw beschuldigt me ervan, dat ik haar kind verdonkeremaand heb. De rest komt van de 'publieke aanklager'. Ik heb machinegeweren verborgen en bel geregeld de Amerikanen op. Zo gaat het drie uur lang door. Maar het volk reageert niet. Tenslotte zeggen ze: "Hij moet het land uit". Dan gaan de handen in de menigte aarzelend omhoog.
Het 'vonnis' wordt direct uitgevoerd. Ik mag alleen maar één deken meenemen. Geleide van drie soldaten.”…..”Na twee dagen zijn we in Tiensin, de haven bij Peking. Daar moet ik nog twaalf dagen wachten voordat ik met een Noorse boot mee kan. Ik word goed bewaakt. 's Nachts deelt een agent mijn bed.”…..” Na vijf dagen land ik in Hong Kong.”
In 1954 is hij weer terug in Nederland en na een half jaar doorgebracht te hebben bij zijn familie in Tilburg, wordt hij Gardiaan (Overste) in achtereenvolgens Stoutenburg, Megen, Vorden en weer Stoutenburg.
In 1965 komt hij in Utrecht als rector van het Johannes de Deo ziekenhuis en heeft hij nog enkele nevenfuncties. Stilaan is hij die gaan afbouwen en op een gegeven moment (wanneer heb ik niet kunnen achterhalen) verhuist hij naar Weert waar hij op Tweede kerstdag 1995 op 99 jarige leeftijd overlijdt. Ditmaal echt.
Carolus Franciscus Henricus Maria Pessers, geboren op 04-10-1896 te Tilburg
Hij was het vierde kind van Bernardus Vincentius Pessers en Johanna Maria Daniels
Henk van Mierlo Nuenen
Bronnen:
De Tilburgse Courant van 11 dec. 1947 en 3 febr. 1950
Katholieke Illustratie van 1 januari 1948
Website Catholic Hierarchy
Tijdschrift Variant nr. 12 1986
Regionaal Archief Tilburg, met speciale dank aan Ans Holman
Toegevoegd op: 04-06-2010, 14:51
bekijk alle bijdrages (87) van deze auteur







