De jaren van de Belgische opstand

De militaire bezetting als ‘hangjongeren’ op de Heuvel in 1831.

 

Ook Tilburg heeft meerdere keren de gevolgen van oorlogen en bijna-oorlogen moeten ondergaan. Met name de invloed van de beide Wereldoorlogen staat regelmatig volop in de belangstelling. Maar over de invloed van de Belgische opstand, tussen 1831 en 1839, op de ontwikkeling van Tilburg is in verhouding maar weinig geschreven.

De ontwikkeling van het huidige Tilburg is dus te danken geweest aan de groei van de wolindustrie, waardoor vanuit heel Nederland maar met name vanaf het platte land en vooral in de negentiende eeuw men naar Tilburg kwam om werk te vinden. Vóór die tijd heeft de twintig-jaar-durende Franse overheersing ongetwijfeld een sterke invloed op Tilburg gehad maar ook daar zijn weinig cijfers over bekend.

Hier nu aandacht voor de bijna 1900 militairen die in Tilburg ondergebracht werden bij de 12.000 inwoners van Tilburg tijdens de ‘Belgische opstand’ in de periode 1830-1839.

De provincie Brabant was toen nog dunbevolkt met 375.000 van de 1,54 miljoen inwoners in Nederland. Toen bezat Noord-Brabant dus maar 2,4 % van de Nederlandse bevolking tegenover
15 % nu!

Tilburg vanaf 1830.
In Tilburg woonden toen 12.000 inwoners, tegenover Breda met 9.000 inwoners en 13.000 inwoners in Den Bosch. Toen bezat Tilburg 3,8 %, maar nu 8,4% van de Noord-Brabantse bevolking.

De gegevens uit de volkstelling in het jaar 1830 geeft een beeld van de werkzaamheden van de Tilburgers, met
901 personen actief in de textielnijverheid
320 dagloners
311 personen in de landbouw
74 fabrikanten
251 zonder beroep
Het bovenstaande geeft een totaal van 1.857 kostwinnaars waarvan de gegevens bekend zijn.

In de 1.448 aanwezige huizen woonden 2.382 gezinnen met totaal 11.726 personen. Dus per huis gemiddeld 8 personen en ook gemiddeld veelal twee gezinnen per woning.

Van al die inwoners, stonden er 774 mensen geregistreerd als armen die financiële ondersteuning kregen. Daartegenover stond de kasteelheer Van Hogendorp als ‘ landbouwer’ (!) vermeld.

Het militaire garnizoen tijdens de Belgische opstand
Na de Belgische opstand eind 1830 werd het Nederlandse leger van ca. 100.000 man gemobiliseerd. Daarvan kwamen er ca. 37.000 man in Noord-Brabant en ca. 1900 man in Tilburg terecht. Afbeelding 1 en 2 geven een uiteenlopend beeld van de soort bezigheden van de militairen hier, waarbij de vorm van de eerste lindeboom niet juist is.
Onze stad met ca. 12.000 inwoners kreeg om precies te zijn 70 officieren en 1800 ‘minderen’ erbij. Dus een toename van de bevolking van ruim 15%.

Naast de problemen die de inkwartiering gaf heeft de bevolking geprofiteerd van het daggeld dat men kreeg voor het onderbrengen van soldaten en officieren. In de tijd dat een textielarbeider een dagloon verdiende van 50 tot 80 cent was een vergoeding die men kreeg van 35 cent voor het verstrekken van logies van een militair van 35 cent per dag een welkome aanvulling. Als we ervan uit mogen gaan dat alle bij 1900 militairen gebruik hebben gemaakt van logies bij particulieren zou de dagvergoeding voor Tilburg neerkomen op een jaartotaal van fl. 238.900,- oftewel qua koopkracht nu ca.€ 2.100.000(!). Oftewel met 1448 woningen, gemiddeld per woning f. 165,- per jaar; qua koopkracht € 1.450. Daarnaast blijkt uit de bewaard gebleven persoonlijk notities dat ook de horeca er een aanzienlijke inkomensbron bij kreeg. Met name toen vanaf augustus 1831, kroonprins Willem II hier zijn hoofdkwartier vestigde.

In 1836 werd het aantal militairen in Brabant fors teruggebracht, maar lange tijd liepen hier bijna 1900 man rond die niet veel om handen hadden (afb. 1). Of men contact heeft gezocht met het vrouwelijk deel van de Tilburgse bevolking?
In ieder geval niet tijdens de jaarlijkse kermis want die werd hier in die jaren 1830-1839 verboden uit angst voor ongeregeldheden.

In die eerste bezettingsjaren werden in Brabant per jaar gemiddeld 637 ‘onechte’ kinderen geboren. Dit aantal betekende een beperkte stijging in vergelijking met de voorgaande jaren zonder het leger erbij. Misschien dat de soldaten zich hier correct gedroegen vanuit de militaire discipline in die tijd. Of dat de Brabantse meisjes zich correct gedroegen vanuit het ontzag voor meneer pastoor. Of door het beperkte onderlinge contact gezien het cultuurverschil tussen de Hollandse militairen en de Brabantse bevolking. In de optiek van Holland waren de katholieke Brabanders toch ‘halve Belgen’.

Hier in Tilburg is er toch sprake geweest van zeker vijf wettelijke huwelijken tussen de Hollandse militairen en vrouwen uit Brabant en met name Tilburg. In de loop van de jaren:
1.     Op 26 juni 1834 trouwde Antonius P.H. Bavelaer (40 jaar) uit Gorinchem, van het regiment Dragonders, met Maria C. Mutsaerts (24 jaar) uit Tilburg. Een dochter geboren in 1840.
Volgens zijn akte van overlijden zou hij in 1834 geen 40 maar 50 jaar zijn geweest!
2.     Op 29 mei 1835 trouwde Hendrik Langeler (24 jaar) uit Zelhem, van de afdeling Grenadiers, met Jacoba van Dijk (28 jaar) uit Gilze-Rijen.
Een zoon geboren in februari 1834.
3.     Op 5 november 1836 trouwde Johann G. Müller (29 jaar) uit Groningen, trompetter-wachtmeester, met Anna Mallens (22 jaar) uit Tilburg.
Twee zonen: mei 1834 en augustus 1836.
4.     Op 1 december 1838 trouwde Arnoldus de Col (26 jaar) uit Delft, van afdeling Grenadiers, met Cornelia van Dal (40 jaar) uit Tilburg.
Twee dochters: september 1832 en oktober 1839.

Zoals in die tijd niet ongebruikelijk zijn ook de laatste drie huwelijken gesloten, een jaar of meer, na de geboorte van het eerste kind.
Geen van bovenstaande namen van deze militairen zijn in Tilburg blijven bestaan.

In ieder geval heeft de ‘Belgische opstand’ voor Tilburg dus een belangrijke economische impuls betekend.

(Met dank aan Theo van Herwijnen voor de genealogische gegevens)

Bronnen o.a.:
- Tilburg als militaire stad; 1993
- Vreemde militairen in een gesloten samenleving; 1986
- Van Heidorp tot industriestad; 1955

 

Media