De geschiedenis is goed zichtbaar aan het verloop van de tuin. Het hoger gelegen deel ontstond door de aanleg van het Wilhelminakanaal in de jaren twintig van de vorige eeuw, aldus Wouter van der Heijden. “De tuinders die daar zitten hadden geluk tijdens het natte voorjaar van 2025.”
Hij tuiniert al ruim zestig jaar – vanaf zijn zeventiende – waarvan de laatste twintig jaar bij Sint Franciscus. “Dit is mijn zesde volkstuin, maar qua omgeving en samenstelling van de tuinders vind ik dit de leukste.” Hij doelt op het gemêleerde publiek, waaronder ook veel vrouwen en jonge gezinnen. “Misschien komt dat omdat het van oorsprong een bloementuin is. In de loop der jaren zijn daar veel groenten bij gekomen, maar nog steeds is elke tuinder verplicht om een derde van zijn oppervlak te beplanten met bloemen.”
‘Door die verscheidenheid aan mensen heb je ook andere gesprekken.’
Al die verschillende mensen leiden ook tot andere gespreksonderwerpen, vertelt Wouter. “Een van mijn vorige tuinen was een echte mannentuin. Op maandag bespraken we de uitslagen van de eredivisie voetbal, op dinsdag die van de eerste divisie. In de dagen die volgende richtten we ons alweer op het voetbalweekend dat voor ons lag. Leuk als je van voetbal houdt natuurlijk …”
Kolibrie
Wouter is een vat vol tuinervaring. Aan bestuurszaken doet hij niet, maar wel mogen tuinders hem altijd benaderen voor advies. Hij wandelt of fietst meerdere malen per dag naar zijn moestuin aan de Gossecstraat, een van de weinig overgebleven verbindingsroutes in de oude Heikant. Hij beheert de winkel en houdt zich bezig met de wildcamera’s en de theetuin. Ook ontpopt hij zich als een goed observator van alles wat groeit en bloeit. “Kijk, een kolibrievlinder!” roept hij plotseling, terwijl hij de wandeling in de pauzestand zet. Het beestje hangt stil voor een bloem terwijl zijn vleugels, precies als bij een kolibrie, als een razende op en neer gaan. “Dat is anders dan bij andere vlinders hè, die gaan óp een bloem zitten. De kolibrievlinder pakt de nectar van afstand met zijn lange tong. Het zijn echte trekvlinders. Ze komen van Zuid-Frankrijk en vliegen met de bloeigrens mee naar het noorden.”
En de kolibrievlinder is niet het enige dier dat zich hier goed thuis voelt. “Eekhoorns, kikkers, salamanders, bootsmannetjes en watervlooien,” noemt Wouter als voorbeelden. Hij wijst op een speciaal aangelegd voedselbos. “Vrijwilligers zorgen dat hier voor de vogels voldoende te eten is. Of die dan minder van onze groenten snoepen? Ik denk het niet.”
Deze natuurvriendelijke aanpak past goed bij het tuinieren anno 2025. “Vroeger zaaiden we savooiekolen, spinazie en bloemkolen in kaarsrechte rijen. Voor de bemesting gebruikten we anorganische stoffen als NPK. Tegenwoordig tuinieren we biologisch en ecologisch en gebruiken juist organische meststoffen. Daar horen zaken bij als mulchen, terwijl spitten een doodzonde is. We bewegen ons veel meer met de natuur mee.”
‘Als ik niet meer kan tuinieren, dan is het voor mij klaar.’
Tenslotte wijst Wouter nog op de theetuin. “We zijn elke vrijdag open. Dan kun je als bezoeker kiezen uit vele soorten thee en meerdere varianten appeltaart. De opbrengst gaat naar een goed doel.” Voor Wouter is het puur genieten om meerdere malen per dag naar de tuin te gaan. “Wat moet ik op mijn flat? Ik wil best achter de geraniums gaan zitten, maar dan liever op de tuin. Dat is een belangrijk deel van mijn leven. Als ik morgen niet meer zou kunnen tuinieren, dan is het voor mij echt klaar.”