Met haar wijde fladderbroek, gele gummilaarsjes en witte zomerhoed lijkt ze zo uit een tuinmagazine gestapt te zijn. De uit Thailand afkomstige, maar al bijna veertig jaar in Nederland wonende Nongka is een blije tuinier. Met een brede glimlach dartelt ze dagelijks over het complex, zwaaiend en groetend naar al haar collega’s. Inmiddels beschikt ze over zo’n 700 m2 tuingrond. Daarop verbouwt ze bloemen en een mix van Nederlandse en Aziatische groenten en vruchten.
‘Mensen blij maken vind ik het leukste dat er is.’
“Hallo Mustafa!” klinkt het al snel, als we langs de tuinen lopen. En even later: “Ha, mevrouw Wendy!” Nongka kent iedereen en iedereen kent Nongka. Ze staat dan ook voor iedereen klaar. Gaat een tuinder op vakantie, dan houdt Nongka de tuin bij. “Ik schakel gewoon vrienden in.” Van alles wat ze oogst, bereikt vaak maar een gedeelte haar huis. Onderweg deelt ze uit aan iedereen die ze aardig vindt, zoals afgelopen week nog: “Ik fietste langs het ziekenhuis met vers geplukte dahlia’s achterop. Het personeel dat buiten stond te pauzeren riep dat ze die bloemen zo mooi vonden. Ik ben afgestapt en heb ze direct uitgedeeld. Ze wilden ervoor betalen maar dat wil ik niet. Mensen blij maken vind ik het leukste dat er is. Puur uit dankbaarheid voor alles wat Nederland mij gegeven heeft.”
Dankbaar
Het blijkt vandaag precies 38 jaar geleden te zijn dat ze vanuit Thailand op Hollandse bodem arriveerde. “Nederland ontving mij met open armen en ik kreeg volop kansen. Ik kon studeren en een huis kopen. Nu krijg ik pensioen. Tuinieren en uitdelen doe ik daarom vooral uit dankbaarheid.” Die instelling heeft ook met haar geloof te maken, zegt ze. “Als boeddhist hecht ik weinig waarde aan bezit. Het enige wat je mee kunt nemen als je doodgaat, is goed en slecht. Waarom zou je dan allerlei spullen met hart en ziel bewaren en bewaken? Wat je niet nodig hebt, kun je daarom beter weggeven. Dat maakt je tot een goed mens.”
‘Deze manier van tuinieren is het gevolg van armoede.’
Dwalend door de tuin passeer je een grote verscheidenheid aan prachtige bloemen. Dahlia’s, hortensia’s, rozen en tal van andere soorten die hommels en bijen aantrekken. Nongka wijst op haar Aziatische groenten, vruchten en kruiden. Superfoods als moerbeien – “Goed tegen de verkoudheid!”, Chinese gojibessen, vijgen, yacon, eetbare fleskalebassen, olijfkomkommers, bittermeloen en chayote. Een groot verschil met de gemiddelde Hollandse moestuin is dat vrijwel elk stukje grond gebruikt wordt. Volgens Nongka is dat het gevolg van armoede. “De huidige generaties Thaise en Chinese mensen hebben dat nog aan den lijve meegemaakt.”
Supermest
Een aantal jaren geleden ontdekte Nongka een slimme manier van telen. Ze kwam in contact met Jacqueline van Eerd, die oesterzwammen kweekt bij ‘Un Bietje Groen’. Nongka mocht het substraat meenemen en plaatste daarin haar planten en bloemen. Het resultaat is verbluffend. Dahlia’s van ruim twee meter hoog en enorme appels zijn het resultaat. Alle groenten zijn hier groter dan normaal. Dit jaar heeft ze nog geen nieuw substraat mogen ophalen. “Ze gebruiken het nu zelf op de tuin. Misschien heb ik ze wel wakker geschud, haha. Maar inmiddels heb ik contact met een restaurant waar ze van hun keukenafval een composthoop maken. Hopelijk mag ik dat straks ophalen.”
'Zonder deze tuin zou mijn leven dood zijn.'
Volkstuinvereniging Leijpark is een uitje voor de mensen, vindt Nongka. Met je handen in de grond, voel je je dicht bij de natuur. Anderen komen alleen om te genieten van de rust en bouwen hun eigen mini-landgoed. Zonder deze tuin zou mijn leven dood zijn. Ik ben iedereen heel dankbaar, daarom hoop ik de mensen nog lang blij te kunnen maken.”