Tuinpark Noord - Jan Koks

Dit moeten ze niet van me afnemen

In de uiterste noordwesthoek van Tilburg-Noord, grenzend aan de Midden-Brabantweg, ligt Tuinpark Noord. Hier tuiniert de 81-jarige Jan Koks al meer dan vijftig jaar. Hij zag vele tuinders komen en gaan en was getuige van de cultuurverandering die de afgelopen decennia plaatsvond.

Tuin Jan de Kok-Noord-HEY_7571

Jan is topfit. In het verleden deed hij aan wielrennen en nog steeds fietst en badmintont hij vaak. “Verder is het een kwestie van geluk en veel Hollandse groenten eten,” grapt hij. Vier dagen per week komt hij op de fiets naar zijn tuin, die verscholen ligt achter de flats aan de Kapelmeesterlaan. Boven zijn lapje grond van bijna tweehonderdvijftig vierkante meter hangen dreigende draden van een elektriciteitsmast. “Ja, je hoort weleens iets over straling of zo, maar ik heb nergens last van hoor.”

‘Mensen hadden geen geld om een kant-en-klare kas te kopen.’

Jan kweekt louter Hollandse groenten: onder andere spinazie, peultjes, erwten en in de kas tomaten, komkommers en paprika. In het vroege voorjaar begint Jan met voorzaaien in zijn zelfgebouwde kas, die bestaat uit gebruikte bouwmaterialen. “Vroeger hadden mensen geen geld om een kant-en-klare kas te kopen zoals nu. Ze gebruikten oude deuren en allerlei restmaterialen. In die zin waren ze veel creatiever dan tegenwoordig.” Zijn moestuinbedden voorziet hij van een stevige laag koemestkorrels en sommige ‘hongerige’ gewassen krijgen wat extra kunstmest. “Ik kweek eigenlijk alles. Behalve andijvie, want dat lust ik niet. Wat ik gedurende de zomer oogst, eten we op, delen we uit, of gaat in de vriezer. Zo komen we de winter door.”

Het moestuinieren kreeg hij van zijn ouders mee, die hadden ook al een moestuin. “Mijn moeder maakte zelf nog zuurkool.” Op zijn 24e nam Jan de tuin van zijn broer over. Later sloeg hij eigenhandig een waterput van zestien meter diep, die hij aansloot op een zelfgebouwd water-irrigatiesysteem.

Halverwege september zijn veel bedden al leeg en dat zal zo blijven tot het voorjaar. Dit in tegenstelling tot de naastgelegen tuin, die volstaat met weelderige aubergines, enorme pompoenen en allerlei pepers. “Daar tuinieren Turkse mensen, die pakken het heel anders aan. Ze kweken nauwelijks Hollandse groenten en wat je hier ziet is waarschijnlijk voor de hele familie.”

‘Ik mis de saamhorigheid van weleer.’

Het tekent de verandering die de afgelopen decennia op Tuinpark Noord plaatsvond. “Vroeger was het heel anders hier. Ik heb het over de jaren zeventig, tachtig hè. Er werd van alles georganiseerd:

paaseieren zoeken met kinderen, bingo's, carnaval. Op zaterdag dronken we met een man of dertig koffie in het clubhuis. Als we tegenwoordig met z’n vijven zijn, dan mogen we blij zijn.” Ook de jaarlijkse barbecue en mosselavond worden veel minder bezocht.”

Met zoveel andere culturen op de volkstuin is de sfeer flink veranderd, vindt Jan. “Niet slechter hoor, gewoon anders. Maar voor mij is het daardoor wel minder gezellig. Ik mis de saamhorigheid van weleer.” Jan is een van de laatst overgeblevenen uit die begintijd. Van een grote sociale vereniging is weinig meer over, vindt hij.” Toch geniet Jan enorm van het lekker in de buitenlucht bezig zijn op zijn tuin. “Ik kan nog steeds op mijn hurken of op mijn knieën onkruid wieden. En voor het graven van een zestig centimeter diepe kuil van een vierkante meter, draai ik mijn hand niet om. Zolang ik dit allemaal nog kan, blijf ik bezig. Dit moeten ze me niet afpakken.”

Alle rechten voorbehouden

Media