Een paspoort naar een land dat niet bestaat

Bree Tahapary

Objectomschrijving: Een officieel ogend paspoort van een niet-erkende staat, afkomstig uit de persoonlijke nalatenschap van de grootvader van de verteller. Dit paspoort representeert geen erkend grondgebied, maar staat symbool voor een diepgeworteld ideaal en een strijd voor zelfbeschikking. Het document wordt bewaard als familie-erfstuk, omgeven door herinneringen en politieke gevoeligheid. Daarnaast: een oud kinderboek waarin beeldvorming over ‘de ander’ op schrijnende wijze zichtbaar wordt. Beide objecten belichamen de spanning tussen identiteit, koloniale erfenis en de vraag waar men werkelijk thuis is.<br />

Screenshot 2025-11-11 at 13.45.17.png

Soms liggen de belangrijkste documenten in een oude doos op zolder. Tussen vergeelde papieren, vergeefse post en kindertekeningen vonden wij thuis het paspoort van onze opa. Een paspoort naar een land dat op geen enkele wereldkaart te vinden is – een papieren bewijs van een droom. Onze opa had zijn leven gewijd aan  dat ideaal. Voor hem was het niet zomaar een paspoort, het was een belofte. Voor ons is het een tastbaar stukje geschiedenis. Een bewijs van strijd, hoop en verlies.

We hebben dit eigenlijk nooit gedeeld. Niet alleen omdat het iets intiems is – iets van de familie – maar ook omdat het politiek gevoelig ligt. In Nederland leeft het voort in herinnering. En in verhalen zoals die van ons.

“We dragen een paspoort van een land dat alleen in ons hart bestaat.”

Naast het paspoort had ik ook een kinderboek uit 1954 meegenomen: Toen de Amboneesjes kwamen. Het staat vol zinnen die ik nauwelijks kon verdragen. Het was te confronterend. Sommige zinnen raakten me zo diep dat ik het weg moest leggen. Vooral dat ene moment waarin een wit meisje zich afvraagt of de Here Jezus ook van ‘zo’n bruin kind’ kan houden. Dat bleef hangen.”Dit soort boeken zijn nu pijnlijk om te lezen, maar ze geven ook inzicht in hoe de beeldvorming destijds was.

Wat me raakt is dat onze kerkelijke traditie voor ons twee gezichten heeft. Enerzijds is het geloof iets dat ons als gemeenschap bijeenhield – we gingen elke zondag naar de kerk, zongen samen, vierden. Het gaf bezinning, structuur, troost. Maar anderzijds komt het voort uit een systeem dat kolonialisme ondersteunde. De zending was geen neutraal verhaal.

“Het geloof werd met de paplepel ingegoten – maar het is ook een erfenis van overheersing.”

Ons familieverhaal hoort bij Tilburg. Mijn opa ligt hier begraven, net als mijn oma en inmiddels ook mijn vader en moeder. Hun levens vonden hun oorsprong in de Molukken; ze hadden destijds nooit durven denken dat hun lichamen in Nederlandse grond zouden eindigen. In de schaduw van kloosters en missies, in een stad die ooit het ‘Rome van Nederland’ werd genoemd. Het voelt soms wrang, tegelijkertijd soms troostend, om het moois dat er ook uit voort is gekomen.

Het paspoort herinnert ons aan opa’s idealen, maar ook aan het feit dat zij nooit meer terugkeerden. Ze zijn er niet meer om hun verhalen en geschiedenis te vertellen. Dit document vertelt een stukje daarvan - vandaag ben ik hier om die geschiedenis levend te houden.

Media