Zilverpapier en missiebrood – jeugdherinneringen aan een wereld in zwart-wit

Opgroeien met missie-ideeën in katholiek Tilburg

IMG_0365.jpeg

Ik heb vanavond een simpel object meegenomen: zilverpapier. Geen kunstwerk, geen erfstuk, maar iets dat voor mij een hele wereld oproept. Als zes- of achtjarige jongen zamelde ik dit in op school. Het kwam van melkflessen, yoghurtbekers, karnemelk, en wij spaarden het voor de missie.

In onze ogen was het iets goeds: je deed iets voor kinderen ver weg. Voor de missie in China, werd gezegd. Wat dat precies betekende, wist ik niet. Maar je hoorde bij de goede zaak als je zilverpapier spaarde. En dat deden we allemaal, thuis en op school.

"Wij spaarden zilverpapier, maar eigenlijk spaarden we de wereld zoals wij die zagen: zwart-wit, braaf en katholiek."

Mijn familie was zeer katholiek. Ik ben zelfs vernoemd naar drie priesters. Eén van hen werkte als missionaris in Nellore, Brits-Indië.

Mijn vader was bakker en leverde dagelijks brood aan het missiehuis in Tilburg, bij de Fathers of Mill Hill in de Dr. Ahausstraat. Kleine Seminarie voor de opleiding voor priester. Was een prima klant.

En één keer per jaar werden we als gezin uitgenodigd op het seminarie voor de Vlaamse markt die de seminaristen organiseerden. Daaruit is de rommelmarkt van het Mill Hill-college in Goirle voortgekomen. Wij kinderen liepen ertussen en er werd geld ingezameld voor het goede doel.

Het was een belevenis: koekhappen, marktkraampjes, zusterkledij, beelden van verre landen. Mijn vader moest uiteraard zijn portemonnee trekken. Dat deed hij maar wat graag voor zo’n goede klant. Na het bezoek aan de Vlaamse kermis werden we uitgenodigd op de kamer van moeder-overste. Daar moesten we ons als kinderen voorbeeldig gedragen.

En het paste perfect in het wereldbeeld waarin ik opgroeide: je kon door kleine dingen - een beetje zilverpapier, een cent - een verschil maken. Zonder ooit echt te begrijpen voor wie je het deed, of wat de achtergrond was.

Later begon ik te begrijpen dat die missie ook een andere kant had. Dat het niet alleen ging over 'helpen', maar ook over sturen. Over bekeren en zogenaamd beschaving brengen, met de eigen waarden als norm. Dat was als kind niet zichtbaar. Maar als ik nu terugdenk aan dat zilverpapier, zie ik een symbolisch gebaar van kinderlijke goedheid in een wereld die complexer bleek dan ik toen wist.

Toch koester ik die herinnering. Niet omdat ik de missie idealiseer, ik kijk daar met gemengde gevoelens op terug, maar omdat het laat zien hoe diep die ideeën vervlochten waren met ons dagelijks leven. De missie was niet ver weg, die zat in onze keukenla, op school, aan de zijkant van het brood dat mijn vader bakte. Tilburg was in die tijd inderdaad het Rome van Nederland.

"De missie zat in onze keukenla, op het brood, in de klas."

Objectomschrijving: Opgevouwen zilverpapier, afkomstig van zuivelverpakkingen uit de jaren ’50 en ’60. Door katholieke scholen ingezameld als bijdrage aan de missie, met name voor kinderen in China. Het zilverpapier fungeerde symbolisch als kleine daad van liefdadigheid en bewustwording, maar weerspiegelt ook een specifieke beeldvorming over de niet-Westerse wereld en het katholieke zendingsideaal. In dit verhaal staat het zilverpapier voor kinderlijke onschuld en de vanzelfsprekende betrokkenheid bij het missieproject van katholiek Tilburg.

Dit verhaal maakt deel uit van een reeks persoonlijke objectverhalen over de missiegeschiedenis in Tilburg en haar koloniale erfenis. De verhalen zijn verzameld tijdens een publieksavond georganiseerd door Stadsmuseum Tilburg en Beyond Walls.

Media