Bakkerij Paijmans-Delgijer

Goirkestraat 14

Als ik in een bakkerswinkel of in de supermarkt voor een broodrek sta gaan onwillekeurig mijn gedachten terug naar mijn studentenjob bij bakkerij Paijmans-Delgijer aan de Goirkestraat 14 in Tilburg.

a PD speldje.png

Als ik in een bakkerswinkel (of in de supermarkt) voor een broodrek sta gaan onwillekeurig mijn gedachten terug naar mijn studentenjob bij bakkerij Paijmans-Delgijer (P-D, zie speldje blauw met rood). In archieven, Wiki Midden Brabant, Facebook e.d. is maar weinig terug te vinden (o.a. foto's) over dit eens zo gerenommeerd bedrijf. Vandaar dat ik besloten heb om mijn herinneringen aan dit bedrijf vast te leggen tezamen met wat ondersteunende foto's.
Van de meer dan honderd broodsoorten c.q. gebaksproducten kan ik moeiteloos er nog tientallen opnoemen: bums wit, bums bruin, tarvo, vloer wit, vloer bruin, tijgerbroden, scheurmik, knipmik, allison, botermik, casino, stokbrood, pistolet, worstenbrood enz. enz. Een worstenbroodje en een roombrood waren mijn favorieten, vandaar dat ik haast nooit een lunchpakket mee naar het werk nam. Van 1966 t/m 1971 had ik de nacht van vrijdag op zaterdag een baantje bij P-D aan de Goirkestraat 14. Ik begon dan 's avonds om een uur of negen en ik werkte dan de klok rond, vaak wel tot 10 uur. Voor feestdagen liepen de uren vaak verder uit de hand. Het laatste halfjaar van 1971, voor mijn militaire dienst (72-1), werkte ik daar hele dagen, zeg maar gerust hele nachten.
P-D was een broodfabriek met grote ambachtelijke afdelingen voor brood en banket. Deze fabriek was gelegen midden in de woonwijk en werd volledig omsloten door een carré woningen. Ik heb veel respect gekregen voor de omwonende vanwege de geluid- en trillinghinder die zij zeker hebben moeten ondervinden van koelingen, ventilatoren en nachtelijke verkeersbewegingen.
De ingang ging schuil achter de winkel aan de Goirkestraat 14 waar ook een klein parkeerterrein was met een achttal grote meelsilo's. Hier was ook de ingang, hier bevonden zich de kantoren voor directie (mijnheer Jan & Wim) en administratie. Overdag was men hier driftig aan het telefoneren om de bestellingen van de klanten zoals: winkel, supermarkten, bakkers, instellingen, bejaardenhuizen, bezorgers e.d. in te boeken. Waren er toen al computers? Ik dacht het niet, maar iedere dag werden er voor de bakkerij prachtige lijsten geproduceerd met bestellingen voor, ik schat meer dan 100 klanten met meer dan 100 brood - en banket soorten.
Een ingang die je langs de koel-, vriesruimten en kantine voerde kwam uit in de bakkerij. Aan de rechter kant was een grote ruimten gecreëerd met de banketafdeling. In de bakkerij stonden industriële bakkerijmachines waaronder kneedmachines, afmeetmachine, opbolmachine, rijskasten e.d. en een grote inschietoven. In het midden van de bakkerij en de banketbakkerij stonden enorme tafels waar bakkers tientallen ambachtelijke producten vervaardigden.
Met meel, water, gist, bloem boter en kneed- en meetmachines, de rijstkasten ging de productie van diverse broodsoorten van start. Het gerezen deeg werd door de bakkers vliegensvlug omgetoverd tot diverse soorten ambachtelijk brood en deze werden in de inschietoven gebakken. Op de banketafdeling had ik minder zicht maar daar was zeker een vergelijkbare tovenarij.
Het grootste deel van de broodproductie werd fabrieksmatig gefabriceerd. Het deeg kwam na de geautomatiseerde rijskast in bakblikken. Deze werden geplaatst op de transportband van de aardgasgestookte continue-oven. De oven was 4 á 5 meter breed en circa 25 á 30 meter lang. Twintig broden breed rolde de broden uit de doorloopoven, per uur werden zo circa 6 á 8.000 broden gebakken. Aan het einde van de transportband werden de broden op broodwagens getast, 320 broden per wagen.
Wat me ook steeds weer opviel was de regelmatige controle door een keurmeester van de overheid op de kwaliteit en het gewicht van het brood.
Om de broden te kunnen snijden moesten deze zo snel mogelijk worden afgekoeld. In het begin werden ze broodwagens nog buiten geplaatst, later kwam een speciale koeltunnel met grote ventilatoren om de broden snel af te koelen.
Het snijden en inpakken van de broden op de snijmachine ging met circa dezelfde aantallen als de productie vanuit de oven, de broden werden met 15 stuks in een blauwe kratten van P-D gedaan. Het brood snijden deed ik met Loewie. De verpakking bestond uit bedrukt papier met een waslaagje of folie die op de machine automatisch werden afgesneden en dicht geseald.
Iedere dag werden er wel producten gemaakt die langer houdbaar waren, dit dan speciaal in grote hoeveelheden met name rond de feestdagen. Ook hierover zijn bijzondere zaken te vertellen. Zo herinner ik me als eierkoeken van de bakplaat gehaald werden dit altijd gepaard ging met een enorme ammoniakstank. De kerststol werd voorzien van een dun laagje verwarmde vloeibare boter waarna hij in de poedersuiker werd geduwd, als je klaar was zat de poedersuiker tot achter je oren. In de bakkerij werd een keer een pak boter aan het deeg toegevoegd om zo de beroemde botermik van PD te maken. De bakker liet ook de papieren verpakking in het deegkneder vallen. De hele bult deeg moest op een tafel ontdaan worden van het papier, menige Tilburger zal in die dagen een stukje papier op zijn botermik gehad hebben. Ook moesten vaank honderden krentenbollen, worstenbroodjes, bolussen, broodjes e.d. in plastic zakjes verpakt worden. Inventief had men op de paktafel een ventilatortje geplaatst die de zakjes netjes open geblazen, het inpakken werd hierdoor eenvoudig.
In de nachtploegen werkte alleen mannen. Zoals gebruikelijk in deze babyboomgeneratie heette zij bijna altijd Jan, Jantje, Wim, Jos, Joep en Paul. In de vroege ochtend waren dan meer dan honderd brood- en banketproducten voor meer dan honderd klanten vers gereed. Rond deze tijd kwam de expeditie op stoom. De chef van de expeditie deed me aan mijn vader denken, een inspirerende, rustige en stressbestendig man, Huub Pelders. In een lange ruimte werden de bestellingen van meer dan honderd klanten en thuisbezorgers klaargezet in plastic kratten.
Veel van de bestellingen waren ook voor bezorgers van P-D, ik schat een stuk of 20. Eind jaren zestig had PD aan de Goirkestraat 30 speciaal voor de bezorgers een stalling gebouwd met daarboven een groot magazijn. Deze reden in een VW-bus voor het buitengebied en in de stad met elektrische zogenaamde ijzerhond van ‘Spijkerstaal’ aangedreven door een door een accu gevoede elektromotor. Bij een koude winterdag kwam het regelmatig voor dat de accu onvoldoende capaciteit had voor de gehele route en moest een bezorgers regelmatig opgesleept worden. Sommige bezorgers hadden nog handigheidjes om een product verser te doen lijken, zo zag ik eens dat op maandag met de nodige zorgvuldigheid wat schimmel van de appelcarré werd gehaald om de versheid te masceren.
Bestellingen voor andere klanten werden via een uitgang aan de Korte Hoefstraat bezorgd met een tweetal grote – en een tweetal kleine bedrijfswagens van Mercedes en VW.
De arbeidsomstandigheden waren zwaar, niet alleen door het werken in de nacht maar ook door bijvoorbeeld de temperaturen in de bakkerij. In de zomer vaak boven de 30/35 graden en men liep dan ook zo weer in een diepvries met temperaturen van –20 of lager. De machines waren goed beveiligd maar toch waren er veel werknemers die door onveilig werken een vinger miste. Waar ik bij was probeerde mijnheer Wim brood door de broodsnijmachine te duwen en sneed in meerdere toppen van zijn vingers. Ook was het voor bakkers vaak een uitdaging om uit een draaiende kneedmachine deeg af te snijden, op een nacht ging het mis waardoor een bakker met zijn arm in een draaiende kneedmachine werd getrokken met een zware verwonding als gevolg.
Ondanks deze laatste mineur is het een prachtige ervaring geweest waar ik veel geleerd heb van het reilen en zeilen van mooi familiebedrijf.
Ik zou willen vragen om zoveel mogelijk aanvullende informatie te verstrekken en foto's te plaatsen met name van de binnenzijde van de bakkerij, zodat ik e.e.a. verder kan aanvullen.

Alle rechten voorbehouden