Maatschappelijke verzuiling
In de jaren vijftig en zestig ervaarde ik een diepgaande en alomvattende verdeling in de Tilburgse samenleving.
Je beleefde dit doordat bijna elk aspect van het dagelijks leven georganiseerd was op basis van politieke of je leven beschouwende overtuigingen, ook voelde je een sterke animositeit tussen de katholieke en protestantse gemeenschappen, die toen haast volledig geïsoleerd naast elkaar leefde.
Later begreep ik dat mijn voorouders in Raamsdonk, gedurende bijna twee eeuwen, een nog sterkere separatie kende. Openbare uitingen van hun katholieke levensovertuiging waren verboden en hun geloof, zoals: de heilige mis, de doop, processies, gezang, huwelijk en begrafenis, moest in een zogenaamde schuilkerk in het katholieke Waspik worden uitgeoefend. Mijn ‘Roots’ waren tweederangsburgers die ook werden uitgesloten van bijna alle openbare ambten, zoals lidmaatschap van stadsbesturen, de Staten-Generaal of posities in het leger.
Vandaar dat ik verhalend ben gaan beschrijven over wat de Reformatie en de tachtigjarige oorlog hebben betekend voor de oudste kerk van Tilburg: “De Heikese Kerk” (zie foto 1).
De geschiedenis van de Heikese kerk
De Heikese kerk, is een van de oudste en belangrijkste monumenten van Tilburg, maar de kerk die u ziet (foto 1) is een fascinerende mix van geschiedenis en verschillende bouwstijlen. De oorsprong van deze kerk werd in verschillende fases gebouwd tussen 1430 en 1483, bij de inwijding is deze opgedragen aan de heilige Dionysius van Parijs.
Al in de vroege middeleeuwen stond er een eenvoudige kerk, het betrof hier waarschijnlijk en romaans zaalkerkje, relatief klein en robuust gebouwd met dikke muren, rondboogvensters en één enkele, eenvoudige binnenruimte (zie foto 2). In 1232 werd voor de kerk het patronaatsrecht door Hertog Hendrik I van Brabant geschonken aan de Abdij van Tongerlo (Norbertijnen). Vanaf toen werd de pastoorsbenoeming door deze ‘witheren’ verricht (foto 3).
Na het eenvoudige kerkje werd in 1430 begonnen met een nieuwe, grote kerk, de bouw begint in1430 en door diverse uitbreidingen wordt deze pas in 1483 voltooid. Het was een grote gotische kerk, die in 1483 ter ere van Sint-Dionysius werd ingewijd.
Politieke en religieuze ontwikkelen in de zestiende eeuw.
Gedurende de eerste helft van de 16e eeuw (1500-1600) lag de soevereine macht voor de Nederlanden bij de vorsten van het Huis Habsburg (foto 4 en 5). Keizer Karel V (tot 1555) verenigde de Zeventien Gewesten en Provinciën van de Nederlanden. Hij voerde een beleid van centralisatie om zijn gezag te versterken. Koning Filips II (vanaf 1555) zette het centralisatiebeleid van zijn vader voort en probeerde de politieke en religieuze eenheid te versterken, wat leidde hier in de lage landen tot groot verzet.
De vorsten zelf resideerde meestal in Madrid of Wenen en lieten zich in de Nederlanden vertegenwoordigen door de Landvoogd(es). Dit was de hoogste vertegenwoordiger van de vorst, bijvoorbeeld Margaretha van Parma en de hertog van Alva. De landvoogd(es) bestuurde vanuit Brussel en werd bijgestaan door de Collaterale Raden (zoals de Raad van State, de Geheime Raad en de Raad van Financiën). In de Nederlanden waren de Stadhouders de plaatsvervangers van de vorst in een of meer afzonderlijke gewesten (provincies). Zij hadden militaire en bestuurlijke taken en ondanks de wens van de Habsburgers om het gezag te centraliseren, behielden de afzonderlijke gewesten een sterke mate van autonomie en hielden ze vast aan hun historische rechten, bekend als privileges. Willem van Oranje was bijvoorbeeld stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht tot hij in opstand kwam. (Zie Foto 4)
Maarten Luther (1483-1546) publiceerde in 1517 zijn leer met vijfennegentig these (stellingen), de basis van het Lutheranisme. Ook Johannes Calvijn raakt geïnspireerd, dit leidt tot de Gereformeerde Leer (Calvinisme) die in de Nederlanden veel aanhang kreeg, het werd de drijvende religieuze kracht achter de Nederlandse opstand. Hier ligt de start van de reformatie, wat uiteindelijk leidde tot de religieuze, politieke en militaire conflicten die ook Tilburg zwaar zouden treffen (Zie foto 6).
In de zomer en herfst van 1566 trok er een golf van vernielingen door de Nederlanden. Het was een spontane, maar georganiseerde, uitbarsting van woede en frustratie, met name bij protestanten (Calvinisten), gericht tegen de Rooms-Katholieke Kerk en de Spaanse heerser Filips II. Met deze beeldenstorm werden honderden kerken en kloosters, vooral in de Zuidelijke Nederlanden, binnengedrongen. Heiligenbeelden, altaren, schilderijen en glas-in-loodramen werden vernield, en kostbare voorwerpen en boeken werden geroofd of verbrand. Het doel was om de kerken te "zuiveren" voor sobere protestantse diensten (zie foto 6).
Ook in Tilburg liet de beeldenstorm zijn sporen na. Ook de Heikese kerk werd bezocht en ze vernielden daar heiligenbeelden, versieringen en andere "afgoderij". Een belangrijk gevolg voor Tilburg was de vernieling van de 'comme' (opslagplaats of gewelfde kamer) waarin de voornaamste archiefstukken van Tilburg werden bewaard. Dit heeft mogelijk geleid tot het verlies van belangrijke historische documenten over Tilburg voor die tijd.
Het harde optreden van Alva leidde tot nog meer verzet, onder meer geleid door Willem van Oranje, dit wordt gezien als de indirecte aanleiding voor de Nederlandse opstand of de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). De ‘Opstand’ leidde tot de afscheiding van de Noordelijke Nederlanden en de vorming van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (Zie foto 7).
De oorlog had aanzienlijke en langdurige negatieve gevolgen voor Tilburg, dat net als de rest van het noordelijke deel van het Hertogdom Brabant in het frontgebied lag. Het gebied werd een speelbal tussen de Spaanse en de Staatse (Nederlandse opstandelingen) troepen. Dit frontgebied van de strijdende partijen was daardoor zeer kwetsbaar voor plunderingen en brandstichtingen door zowel Spaanse als Staatse soldaten. De bevolking moest herhaaldelijk troepen van beide zijden huisvesten (inkwartiering) en dwangmatige leveringen van voedsel, goederen en geld (contributies) aan de legers doen. Dit leidde ook voor Tilburg tot materiële schade en economische ontwrichting.
Ook de kerk van 't Heike ontkwam niet aan het oorlogsgeweld en brandde in 1595 volledig af als gevolg van krijgshandelingen. De Staatse troepen van prins Maurits (de Nederlandse opstandelingen) verschansten zich in de kerk, gebruikmakend van de toren van het stevige stenen gebouw als een soort geïmproviseerde vesting. De Spaanse soldaten, die de Staatse troepen wilden verdrijven, staken daarop de kerk in brand.
Het derde kerkgebouw van de Heikese kerk.
De totaal verwoeste kerk werd tussen 1603 en 1616 herbouw en het werd het derde gebouw op deze plek. De herwijding van de kerk wordt op 29 januari 1617 verricht door de Bossche bisschop Nicolaas van Zoes. In de jaren na 1629 werd de Heikese kerk regelmatig door de hervormden opgeëist en in 1633 gebeurde dit gewapenderhand. Rond 1637 komt de kerk in protestantse handen en wordt, volgens het Calvinisme, voorbereid op de nieuwe, sobere protestantse liturgie, de kerk werd daarbij ontdaan van de 'paapse’ inrichting. De protestante gemeenschap in Tilburg is en blijft klein en kan het onderhoud van de kerk niet opbrengen waardoor het gebouw in verval raakt. Mede hierdoor worden delen van het gebouw ook in gebruik genomen voor niet kerkelijke functies zoals raadskamer, secretarie, raadhuis en opslagbrandspuit. In de toren werden deze seculiere functies ondergebracht waaronder ook de schepenenrechtspraak en cachot, dit werd daar tot 1811 uitgeoefend. In 1654 laat de gemeente een klok gieten mede voor waarschuwing tegen onheil zoals stormen en belangrijke gebeurtenissen. De toren bleef tot 1894 gemeentebezit, maar de kerk werd in 1823 weer aan de katholieken overgedragen.
De Vrede van Münster en instellen Generaliteitslanden waaronder Staats-Brabant.
Met de Vrede van Münster in 1648 beëindigde officieel de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Voor Tilburg betekende dit een einde aan de voortdurende oorlogsdreiging en het oorlogsmolest. Het belangrijkste gevolg was de nieuwe territoriale afbakening, dat Tilburg tot de Meierij van 's-Hertogenbosch behoorde en definitief in handen van de Republiek kwam. Het gebied werd bekend als Staats-Brabant (later Noord-Brabant). Naast Staats-Brabant waren de Generaliteitslanden Staats-Vlaanderen, Staats-Overmaas en Staats-Opper-Gelre de belangrijkste Generaliteitslanden (Zie foto 7).
Tot groot ongenoegen van de Brabanders werd Staats-Brabant bij de vrede geen volwaardige provincie, de inwoners hadden geen stem in de Staten-Generaal, wat de Generaliteitslanden politiek machteloos maakte. Ze hadden geen eigen bestuur of vertegenwoordiging op landelijk niveau. Staats-Brabant werd bestuurd vanuit de Staten-Generaal, voornamelijk gedomineerd door de andere zeven gewesten. Het gebied bleef lange tijd in een achtergestelde positie en werden vaak als wingewesten gezien en kregen te maken met zwaardere belastingdruk.
De Vrede van Munster had ook ingrijpende negatieve religieuze gevolgen voor Tilburg, dat van oudsher overwegend katholiek was. Het vredesverdrag bevestigde de status van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als een Calvinistisch-gereformeerde staat. In de Generaliteitslanden, waartoe Staats-Brabant (inclusief Tilburg) behoorde, betekende dit dat de Rooms-Katholieke eredienst in het openbaar werd verboden. Gereformeerde Staatskerk, het Nederduits-Gereformeerde geloof werd de 'staatskerk' van de Republiek.
De Reformatie leidde tot kerksplitsing en parochianen moesten uit wijken naar een ‘grenskerk’ voor hun katholieke diensten.
De Schuilkerkperiode
Het uitoefenen van het katholieke geloof werd aan banden gelegd, dit leidde tot de zogenaamde schuilkerkperiode (of schuurkerken). Katholieken moesten gebruikmaken van schuilkerken (zie foto 8), zoals verbouwde boerderijen, schuren, of gewone huizen die aan de buitenkant niet als een kerk mochten worden herkend. Soms week men uit naar plekken net over de grens, de Spaanse Nederlanden (het huidige België), waar het katholicisme de staatsgodsdienst bleef.
Bij de overdracht aan de protestanten werden alle katholieke beelden, altaren en andere 'paapse' voorwerpen uit de kerken verwijderd, vaak met aanzienlijk cultureel verlies tot gevolg. Sommige voorwerpen werden gered en later in de schuilkerken gebruikt of zijn bewaard gebleven in andere kerken, zoals een doopvont van 't Heike uit 1590 dat zich nu in de Goirkese kerk bevindt (zie foto 9).
In het openbare leven waren bestuursfuncties in principe alleen weggelegd voor protestanten (hoewel dit lokaal soms versoepeld werd). Tilburgs gilden, zoals het Kolveniersgilde Sint Dionysius, toonden echter aan dat de katholieke tradities bleven bestaan. Deze situatie van religieuze achterstelling en het gebruik van schuilkerken duurde voort tot de Bataafse Revolutie aan het einde van de 18e eeuw (1795) en de Grondwet van 1798 die de godsdiensten weer gelijkstelde.
De Heikese kerk na 1800.
In 1801 werden de rechten van de Abdij van Tongerlo op het patronaat van de Tilburgse parochies door de apostolische vicaris van 's Hertogenbosch als vervallen beschouwd. In 1932 stierf de laatste Norbertijner pastoor. Hij werd opgevolgd door Johannes Zwijsen die in 1853 aartsbisschop van Utrecht werd. Ook de latere bisschop Bekkers van 's Hertogenbosch is in 1956 nog pastoor van de Heikese parochie geweest. De hoofdingang werd in 1827 Voorzien van een nieuw neoclassicistisch front (zie foto 10) en enige tijd later werd de kerk gesloopt en herbouwd als neoclassicistische hallenkerk. Het betrof een zogenoemde waterstaatskerk, hetgeen een benaming is voor kerken die onder toezicht van ingenieurs van Rijkswaterstaat werden gebouwd, veelal met financiële steun van de landelijke overheid. In 1843 werd deze gerenoveerde Waterstaatskerk opnieuw ingewijd Mgr. Joannes Zwijsen.
De toren, nog afkomstig van de gotische kerk, werd in 1895 ingrijpend gerestaureerd en lijkt daardoor van veel jongere datum te zijn, aangezien hij toen ommanteld is met nieuwere steen. De neoclassicistische voorgevel werd toen vervangen door een meer monumentaal exemplaar in neogotische stijl, ontworpen door C.F. van Hoof. Zichtbaar bij de hoofdingang is het beeld van de heilige ‘Dionysius’, vervaardigd door Piet van Tielraden.
Het oudste Kerkhof (rondom de kerk)
Vóór de aanleg van de algemene begraafplaatsen vonden begrafenissen plaats in en rond de Heikese Kerk. Dit is waarschijnlijk de oudste locatie waar in Tilburg doden hun laatste rustplaats vonden. Door de slechte omstandigheden rondom de kerk is dit kerkhof in de 19e-eeuw gesloten, tussen 1811 en 1813 werd op bevel van de Franse overheid buiten de toenmalige bebouwde kom de nieuw, thans oudste, begraafplaats aangelegd. In 1829 kwam de nieuwe kerk tot stand en later werd de markt op deze plek aangelegd.
Prominente pastoors van de Heikese kerk (zie foto 11)
Mgr. Wilhelmus Marinus Bekkers (1908-1966). Hij was kortstondig in 1956 pastoor van 't Heike. Later werd hij de vooruitstrevende en een bekende bisschop van 's-Hertogenbosch.
Augustinus Wichmans (1596-1661) was pastoor van 1632 tot 1642 en werd later abt van Tongerlo.
Mgr. Joannes Zwijsen (1794-1877) was 22 jaar lang pastoor van de Heikese kerk. Na zijn priesterwijding in 1817 was Joannes Zwijsen in 1818 al één jaar kapelaan in 't Heike. Na wat omzwervingen als pastoor werd hij van 1832 tot 1854 pastoor van 't Heike. Tijdens de periode dat hij pastoor van het Heike was werd hij in 1942 tot bisschop gewijd. In 1847-1848 fungeerde Zwijsen tijdelijk ook als zaakgelastigde van de ‘Heilige Stoel’ en als vice-superior van de Hollandse Zending, het toezicht op missiegebieden in de Noordelijke Nederlanden. Bij het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 werd hij benoemd tot bisschop van bisdom 's-Hertogenbosch en ook aartsbisschop van het aartsbisdom Utrecht. Als aartsbisschop was het onder meer zijn taak om de aartspriesterschappen in het noorden van Nederland om te vormen tot volwaardige bisdommen.
Zwijsen was goed bevriend met koning Willem II, wat onder meer bleek toen bij het overlijden van de Koning in 1849 bijna de ganse koninklijke familie in zijn pastorie in Tilburg logeerde. Zijn vriendschap met Willem II hing samen met het verblijf in Tilburg van Willem II van 1830 tot 1839 als opperbevelhebber van de tegen België gemobiliseerde troepen. In dezelfde periode was Zwijsen daar pastoor. Zwijsen heeft veel bijgedragen tot de gunstige gezindheid en de welwillende beschikkingen van deze vorst ten bate der katholieken.
Mgr. Zwijsen belegde in 1865 het Concilie van de Nederlandse bisschoppen dat aan het bisschoppelijk mandement over het katholiek onderwijs van 1868. In datzelfde jaar trad hij af als aartsbisschop maar hij bleef evenwel bisschop van 's-Hertogenbosch tot aan zijn overlijden in 1877.
Mgr. Zwijsen was ook de oprichter van twee religieuze congregaties zijn bekend als de Zusters van Liefde in Tilburg en de Fraters van Tilburg.
Op 15 juli 1863 overleefde Zwijsen een moordaanslag, waarvan de omstandigheden nooit werden opgehelderd. Men veronderstelt dat de bisschop bijna slachtoffer was geworden van een roofmoord. Een bedrag van zesduizend gulden dat in de lade van zijn bureau lag was verdwenen. Er werd ook een verdachte gearresteerd, zijn huisknecht Jan van Veen. Maar deze werd vrijgelaten toen er te weinig bewijs tegen hem was.
De Heikese en de Klokkenvordering
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden klokken uit Nederlandse kerken in beslag genomen door de Duitse bezetter. Het brons van de klokken was vooral dan nodig voor het gieten van kanonnen en het vervaardigen van munitie. Ook Oudste klok van de Heikese kerk uit 1654, werd door de bezetter geroofd (zie foto 12). De in de zuidelijke provincies gevorderde klokken werden door de Duitsers in een loods van de Tilburgse Houtcentrale langs het Wilhelminakanaal verzameld voor transport naar Duitsland.
Historische klokken zoal de klok van het Heike ontliep een nieuwe bestemming als grondstof voor Duitse kanonnen doordat ze het predicaat P opgeplakt kregen. Een Duitse deskundige onderzocht in samenwerking met de Rijksinspectie voor Kunstbescherming de kunstzinnige waarde van de klok. Om zoveel mogelijk klokken te sparen, wordt achter de rug van de Duitser royaal met de P omgesprongen. Deze grote klok van het Heike is gered en was de enige, van de meer dan zestig Tilburgse klokken, die de roof overleefde. Acht dagen na de bevrijding hing deze klok alweer in de toren.
De 34 klokken van het carillon dat in 1925 in de St. Josephkerk op de Heuvel was geplaatst, werden in 1943 volledig weggehaald door de bezetter. Het huidige carillon in de toren van de Heikese kerk, dat dus niet hetzelfde is als het eerdere carillon op de Heuvel, is van na de oorlog en werd in 1966 geïnstalleerd mede dankzij een grote inzamelingsactie onder de Tilburgse bevolking.
De Heikese Kerk (zie foto 13) is een Rijksmonument en vervult nog steeds een belangrijke rol als centrumkerk van de parochie De Goede Herder in Tilburg.
Bronnen:
Reliwik1; Geheugen van Tilburg; Het geheugen van Brabant; Regionaal archief Tilburg.