Inleiding
In de Tweede Wereldoorlog zijn ± 350.000 mensen ondergedoken geweest. Voor de verzorging van de onderduikers (o.a. voedsel en kleding) waren allerlei officiële papieren nodig, zoals persoonsbewijzen, distributiestamkaart en Rauterzegels. Tilburg had begin 1944 in het stadhuis (foto 6.2) nog een gemeentebestuur dat 'goed’ was. Wel hadden burgemeester Jan van de Mortel (foto 1a) en wethouder Dullemen (foto 1b) het moeilijk, drie van de vier wethouders werden sinds 1942 gegijzeld in Haaren. Johann Rauter (foto 1c) was de hoogste SS- en Politieleider in bezet Nederland en daarmee de leidende veiligheids- en politieofficier in de periode 1940-1945.
De voorbereiding
“Mevrouw, het spijt ons voor u, dat we uw huis hebben uitgekozen, maar er zal hier een overval moeten plaatsvinden.” Met die woorden dienen zich twee belastingambtenaren op 25 januari 1944 aan bij de dienstbode van weduwe Verbunt in de Nieuwlandstraat 48 (zie foto 6.1). De start van een van de belangrijkste operaties van het Nederlandse verzet in de tweede wereldoorlog is begonnen. Medio januari 1944 vond er tussen Den Bosch en Tilburg een uitzonderlijk transport plaats. Onder politiebegeleiding vervoerde de chef van de afdeling Bevolking van de gemeente Tilburg, 105.000 zogeheten Rauterzegeltjes (foto 5a). Dat waren nauwelijks na te maken controle zegels die onmisbaar waren in een persoonsbewijs. En dus van levensbelang voor verzetsmensen en andere lieden die er hun vals persoonsbewijs mee konden legaliseren. Het landelijke verzet was al een tijd bezig om Rauterzegeltjes te bemachtigen, maar vooralsnog hadden de pogingen weinig opgeleverd. De Tilburgse ambtenaar Jan Poort (foto 1e), chef van een onderafdeling van de afdeling Bevolking, stond via familierelaties in contact met de verzetsman Jan van Zanten (foto 1d) uit Kesteren, leider van de Knokploeg Soest. Jan Poort bracht Jan van Zanten begin januari 1944 op de hoogte van het óp handen zijnde zegeltransport. Het plan was nu om bij afwezigheid van chef Bevolking de sleutels na te maken van de kluis en brandkast waarin de Rauterzegels en distributiestamkaarten (foto 5) waren opgeborgen. Ook de loketambtenaar Wim Berkelmans (foto 2) werd erbij betrokken. Maar het lukte Poort en Berkelmans niet om dit karwei te klaren voordat hun chef weer terugkwam met de grote schat. Er werd een listiger plan opgesteld en in detail uitgewerkt (foto's 7 & 8). Ook Berkelmans was hierin een rol toebedeeld, maar de 32‐jarige lokettist moest voortijdig onderduiken. Dat laatste had alles te maken met zekere Piet Gerrits (foto 4), bijgenaamd de 'Jodenjager' of 'Menschenjager'. Nog altijd is de naam van deze Tilburgse politieman, NSB'er en handlanger van de Sicherheitsdienst (SD) berucht. Beruchter in elk geval dan die van de toenmalige Tilburgse commissaris politie H. Boersma, een voormalige SS'er. Terecht of niet, vaststaat dat Boersma na de oorlog niet de kogel kreeg en Gerrits wel.
De gehate politieman dreigde roet in het eten te strooien. Hij had namelijk kort daarvoor twee joodse onderduikers opgepakt die in het bezit bleken te zijn van valse persoonsbewijzen, afkomstig van Wim Berkelmans. De kans was dus groot dat Gerrits al snel bij Berkelmans voor de deur zou staan. Tenzij de 'Jodenjager' natuurlijk zelf uitgeschakeld zou worden. Er werd een poging ondernomen, maar die mislukte. Waarom mislukte de aanslag?
Wat wordt vermoed is dat een groepje Tilburgers, onder wie Wim Berkelmans, een aanslag beraamde maar besloot het werk op te laten knappen door twee Amsterdammers, Barend Busnac en Albert Meinster. Eerst zou het gebeuren op 21 januari. Vervolgens werd maandagavond 24 januari geprikt. En ditmaal zou er toch ook een Tilburgers politieagent aan de aanslag meedoen. Maar Gerrits werd gewaarschuwd om die avond thuis te blijven. Dat gebeurde nadat bij een 'invloedrijke Tilburger, waar ook Mussert graag verkeerde' een anoniem telefoontje was binnengekomen. De tip zou afkomstig zijn geweest van een lid van de verzetsgroep zelf, verraad dus. Hoe dan ook, Gerrits ging die avond toch van zijn woning aan de Le Sage ten Broekstraat naar het hoofdbureau van politie dat destijds aan de Bisschop Zwijsenstraat was gevestigd. Hij nam echter ‐ alweer getipt? — een andere dan gebruikelijke weg. Met het gevolg dat politieman Van Beek tevergeefs zijn gehate collega stond op te wachten op de hoek van de Nieuwlandstraat en de Korte Schijfstraat. Sterker nog: Gerrits slaagde er zelfs in een van de Amsterdammers op te pakken, die even verderop in de Nieuwlandstraat stonden. Net zoals anderen die in het complot zaten, dook Van Beek onder. Hij overleefde de oorlog terwijl de anderen die in het complot zaten, onder wie Wim Berkelmans, al vrij snel aangehouden werden en geëxecuteerd in de Drunense Duinen, hun lichamen nooit teruggevonden.
Operatie Rauterzegel
Op dinsdag 25 januari 1944 was het moment aangebroken voor de grote zegelroof. Jan Poort had na het onderduiken van Berkelmans een andere geschikte kandidaat gevonden in de persoon van Huub Simons (foto 3), eveneens werkzaam op de afdeling Bevolking die toen gevestigd was in een pand aan de Oude Markt 55 (zie foto 6.2).
Die bewuste dinsdagmorgen arriveert Jan van Zanten met zijn knokploeg per trein in Tilburg. Ze verkennen de omgeving en wachten af. Een auto staat al klaar. Tegen het middaguur lopen Jan van Zanten en een andere KP ‘er de Nieuwlandstraat in en bellen aan bij nummer 48, het statige herenhuis van de weduwe Verbunt. De dienstbode doet open en krijgt te horen dat de heren van de belasting zijn. Eenmaal binnen brengt een van de mannen weduwe op de hoogte van de werkelijke bedoelingen. „Mevrouw", zegt hij, „het spijt ons voor u, dat we uw huis hebben gekozen, maar er zal hier een overval moeten plaatsvinden. Wanneer u zich rustig houdt, zal u niets overkomen, maar als zich verzet of om hulp roept, zullen wij u moeten binden en desnoods zal er geschoten worden." Mevrouw is meteen bereid en kalmeert haar dienstbode met de woorden “Het is voor een goede zaak."
Inmiddels heeft op het bureau Bevolking loketbeambte Huub Simons ook niet stil gezeten. Hij is vlak voor de middagpauze bij chef Vuijsters binnengelopen met een briefje: of de heer Vuijsters naar de weduwe Verbunt kan komen, want daar zit een pastoor die zijn hulp nodig heeft voor een of andere spoedeisende kwestie. Vuijsters gaat er snel heen. Maar nauwelijks is hij binnengelaten of hij wordt door de KP'ers gesommeerd de sleutels af te geven van de kluis en brandkast waarin de begeerde Rauterzegels liggen. Er volgt een kleine anticlimax als Vuijsters doodleuk mededeelt dat hij de sleutels van de kluis niet bij zich heeft.
Vuijsters zat dus vast, maar de sleutels waren zoek. En de klok tikte door. Jan van Zanten spoedde zich naar de afdeling Bevolking. Huub Simons was woedend. Natuurlijk had de chef de sleutels! „Mijn kop eraf dat hij ze wèl bij zich heeft!", zei hij. „Zoek maar naar een geel blikje Karel-I sigaren." Met die informatie keerde Jan van Zanten terug naar de Nieuwlandstraat. En inderdaad bij het fouilleren van Vuijsters werden de sleutels alsnog gevonden. Het afdelingshoofd werd op een stoel vastgebonden en kreeg al snel gezelschap van zijn collega F. Broers, chef van de Burgerlijke Stand. Ook Broers was namelijk door Huub Simons met een smoesje naar de Nieuwlandstraat 48 gestuurd omdat hij duidelijk in de weg liep op de afdeling Bevolking. Niet lang daarna kwam een van de KP'ers eindelijk de sleutels brengen. Huub Simons opende de kluis, deed de 105.000 Rauterzegeltjes (plus bovendien 700 blanco persoonsbewijzen) in een zak.
Hij sloot de kluis af, zette de zak bij de voordeur en plaatste, zoals afgesproken was, een wit strookje karton achter een raam. Dat was voor de KP het teken dat de buit klaar stond. En het werkte perfect. Er reed een auto voor. De zak werd ingeladen en ook Huub Simons stapte in. En al snel bevond het gezelschap zich op weg naar Vught. Daar werd het materiaal overgeladen terwijl Huub Simons verder reisde naar een onderduikadres. Niet lang daarna vonden de Rauterzegeltjes en de persoonsbewijzen hun weg naar tienduizenden onderduikers en mensen van het verzet.
Groot alarm
Inmiddels waren Vuijsters en Broers erin geslaagd om de touwen door te snijden waarmee ze vastgebonden zaten. Na de weduwe Verbunt en haar beide dienstmeisjes bevrijd te hebben uit de badkamer, begaven ze zich ijlings naar het politiebureau waar groot alarm geslagen werd. Samen met enige agenten ging men poolshoogte nemen op het evacuatiebureau van Bevolking op de (Oude) Markt 5 (zie foto's 5 en 6.3). Men concludeerde dat de kluis onaangeroerd was gebleven. Dat Huub Simons op dat moment niet op zijn plek zat, werd niet opgemerkt. Maar omdat men dacht dat de overvallers wellicht per trein de stad zouden proberen te verlaten, reed de politie met de heer Broers naar het station. En wie zag Broers daar? Jan van Zanten, merkwaardig genoeg met een pot azalea's in zijn armen. Maar het afdelingshoofd speelde prachtig mee. En even later vertrok de trein met Jan van Zanten, rustig zittend tussen WA‐lieden. Niemand zag dat in de pot op zijn knieën een revolver lag.
Onverrichterzake keerde het gezelschap terug naar de Oude Markt 5. Wat moest er nu gebeuren? Er waren geen reservesleutels om de kluis te openen en de inhoud te controleren. Waar was Huub Simons eigenlijk? Zouden de daders 's avonds nog terugkomen als iedereen weg was? Voor alle zekerheid werd er extra bewaking ingesteld.
Dorpsklucht
De volgende ochtend werd de kluisdeur open gebrand. Een fraai tafereel moet dat zijn geweest, een dorpsklucht waardig: behalve enige SD'ers waren ook burgemeester J. van de Mortel en commissaris van politie Boersma van de partij en niemand minder dan Jan Poort. De plannenmaker had de vorige dag zelf voor een uitstekend alibi gezorgd door op het moment van de grote kraak op bezoek te gaan bij een Duitse instantie in Den Bosch. En nu stond hij dus naar de slotscène van het door hem regisseerde stuk te kijken. In de herinneringen die hij na de oorlog op papier zette, schreef hij: „Bij allen kon men de zenuwachtige spanning van hun gezichten lezen; alleen aan de burgemeester was niet te zien of hij het erg of prettig vond". Eindelijk ging de kluis open, vertelt Poort en vervolgt: „De commissaris schoot naar voren, keek in de kluis en zei: 'Leeg. Die ambtenaar heeft zijn doodvonnis getekend.'" Nee dus. Huub Simons overleefde de oorlog. Wel werden zijn vader en twee broers alsook zijn verloofde opgepakt.
Zo jammerlijk als de aanslag op Gerrits mislukte, zo schitterend lukte de operatie‐Rauterzegel. Het verhaal lijkt het scenario voor een spannende film. Totdat je beseft dat ook hoofdrolspeler Van Zanten nog datzelfde jaar gefusilleerd werd wegens een andere overval in Utrecht.
Hoe de kraak en betrokken ambtenaren te herdenken
In de verzetheldenbuurt in Tilburg zijn naast de Johannes van Zantenstraat en de Wim Brekelmansstraat geen straten te vinden waarmede de verzetsdaden van aan Jan Poort en Huub Simons worden herdacht. Wel is er aan het horecapand Oude Markt een plaquette bevestigd als herinnering aan de zegeltjeskraak, de namen van de betrokken ambtenaren zijn daarop niet vermeld (zie foto 6a en 6.3).
De locatie in het huidige straatbeeld is niet geweldig daarom een pleit om de plaquette over te brengen naar het Vrijheidspark (foto 6b) en deze te integreren in een passend monument (bijvoorbeeld een gekraakte kluis) met vermelding van de betrokken personen
Het verhaal lijkt ook geschikt voor het scenario voor een spannende en educatieve film voor scholen, het mooiste zou zijn met Tilburgse c.q. Brabantse acteurs, senarioscijvers e.d.
Bronnen:
Het Koninkrijk der Nederlanden in de twee Wereldoorlog (Dr. L de Jong) boek 7, dl 2 (pag. 665-673);
Document uit genealogiepoort.nl, schrijver onbekend;
Foto's Regionaal Archief Tilburg;
Wikipedia en Wik Midden Brabant.