Marie-José herinnert zich de indeling van de winkel en hun huis nog goed. De winkel lag aan de straatkant. Hun huis werd afgescheiden door glazen deuren waarachter zich de huiskamer bevond. Deze had weer een achterkamer, waar in december de bakkersfamilie de nieuwjaarskoeken garneerde met witte suiker‑eiwitgelei. De bestellingen, wel honderden nieuwjaarskoeken, lagen op schragen met planken en tafelkleden.
Hoewel het verhaal van Rinus Maas mythische vormen begint aan te nemen, blijft de kern consistent. Het jaartal 1808 wordt steeds genoemd als begindatum van bakkerij Maas, voorheen bakkerij Klijssen. Ook lezen we in meerdere artikelen dat het recept ‘eeuwenoud’ is. Daarnaast circuleert de anekdote dat bakker Maas de koek zijn eigen vorm gaf door deze plat te slaan. Tot slot wordt verteld dat hij het recept in 1987 verkocht aan bakkerij Govert van Nunen. Een tweede mythe is dat de traditie afkomstig is van textielfabrikanten die hun arbeiders een koek gaven. Later zou de traditie zijn overgegaan naar het ‘gewone volk’.
Maar hier tegenover staan de feiten. Marie-José verraste ons met authentieke bestelboeken die bakker Maas speciaal voor de nieuwjaarskoeken gebruikte. Het gaat om twee langwerpige boeken uit de jaren 1970 en 1980, met handgeschreven namen van particulieren, families en bedrijven, inclusief adressen en bestellingen. Voor onderzoek naar de afname van nieuwjaarskoeken zijn deze boeken een goudmijn.
Enkele families springen eruit, zoals De Rooij-Goyarts, die 14 koeken van een half pond bestelde met de tekst ‘Z.N.’ (Zalig Nieuwjaar) en daarachter de namen van de stellen, die we om privacy redenen niet noemen. De familie Enneking bestelde jaarlijks, zoals uit het boek blijkt, waarmee ook het verhaal van Bénedicte en Clé wordt bevestigd. De familie Taminiau spant de kroon met 23 koeken, waarbij kinderen en kleinkinderen allemaal persoonlijk vermeld staan. De familie Syribor van Itersen valt op door de niet‑Nederlandse voornamen.
Hoewel het merendeel van de bestellingen van families afkomstig lijkt, zijn de bedrijven herkenbaar aan grotere aantallen en ‘anonieme’ koeken. Zo bestelt ELDEE BV uit Hilvarenbeek zo’n vijftig koeken. Verbunt uit de Langestraat vraagt in 1975 tien koeken van twee pond (een kilo), met de aantekening ‘veel suiker. Apart inpakken’. Horsten in de Heuvelstraat bestelde 70 koeken van een half pond met de tekst ‘Z.N.’.
Het bestelboek, met de familienamen, adressen, wijken en aantallen, vormt waardevol materiaal voor sociologisch onderzoek. Het verhaal dat textielfabrikanten hun arbeiders een nieuwjaarskoek cadeau deden, wordt in deze twee boeken vooralsnog niet bevestigd. Dat kan ook zijn omdat in deze periode al veel textielfabrieken verdwenen waren. Willen we dat gegeven onderzoeken, dan zijn bestelboeken uit de negentiende eeuw tot aan 1970 nodig. Voor nu is een eerste voorzichtige conclusie dat kleinere en grotere families, waarvan enkele fabrikantenfamilies, jaarlijks gepersonaliseerde nieuwjaarskoeken bestelden bij bakker Maas in de Heuvelstraat. Voor verdere uitspraken is echter meer onderzoek nodig.
Stadsmuseum Tilburg