HET WILHELMINAKANAAL ALS “LINE OF DEFENCE” VOOR DE DUITSERS
Operatie Market Garden
‘Operatie Market Garden’ voor velen beter bekend als de Slag om Arnhem duurde van 17 september tot en met 26 september 1944. Het was een heroïsche strijd van negen dagen die eindigde in een grote geallieerde nederlaag. De gewenste sprong over de Rijn werd niet gemaakt en de geallieerden moesten een andere weg zoeken in de richting Berlijn en het Ruhrgebied.
De Slag om Arnhem is de geschiedenisboeken ingegaan als het tragische eindpunt, waarbij het Wilhelminakanaal een cruciale rol speelde in het mislukken van Operation Market Garden. Het Wilhelminakanaal loopt vanuit de Zuid-Willemsvaart bij Laarbeek naar de Amer bij Geertruidenberg en is 68 kilometer lang, tijdens de bezetting kreeg het Wilhelminakanaal een andere naam: ‘Kanaal van de Dongen tot de Zuid-Willemsvaart’.
Het kanaal kon als eerste grote defensielinie worden gezien die het hele tijdschema van de geallieerden in de war schopte.
Door de Royal Air Force werd als voorbereiding voor de aanval op 4 september 1944 (vlak voor “Dolle Dinsdag”), op de werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen in Tilburg een bombardement uitgevoerd. Het doel was het uitschakelen van het spoorwegnetwerk en het vernietigen van locomotieven die daar voor reparatie stonden, zodat de Duitsers hun materieel moeilijker konden terugtrekken voor de oprukkende geallieerden.
Op 17 september 1944 startte de ‘Slag om Arnhem’ met de landing van parachutisten van de Amerikaanse 101e Luchtlandingsdivisie, het doel de brug bij Son intact in te nemen. Maar net op het moment dat de Amerikanen de brug naderden, bliezen de Duitse verdedigers deze voor hun neus op. Het 30e Legerkorps, dat vanuit België naar het noorden oprukte, kwam hierdoor hopeloos vast te staan. Ze moesten wachten tot de genietroepen een tijdelijke Baileybrug hadden gebouwd, wat ongeveer 36 uur kostte. In een geplande operatie waarbij elke minuut telde om de Britse parachutisten in Arnhem te ontzetten, was met anderhalve dag kostbare tijd verloren gegaan.
Die tijd gaf de Duitsers de kans om hun verdediging rond Arnhem en de Waalbrug bij Nijmegen te versterken. Als alternatief probeerde de geallieerde de brug bij Best over het Wilhelminakanaal in te nemen. De Duitsers in Tilburg stuurden versterkingen (waaronder zware antitankkanonnen) naar Best en door deze felle tegenstand vanuit de richting van Tilburg mislukte de inname van de brug bij Best en werd ook deze opgeblazen en mislukte het plan.
De smalle opmarsroute richting Nijmegen die voor het Britse 30e Legerkorps ontstond werd door de Amerikaanse parachutisten de “Hell's Highway” genoemd. Het was een logistieke nachtmerrie om dat de wegen over dijken en door open velden liepen. De geallieerde colonnes lagen hierdoor als op een presenteerblaadje voor Duitse artillerie en sluipschutters die vanuit de flanken aanvielen. De route was op veel plekken slechts één voertuig breed. Als de voorste tank werd uitgeschakeld, stond de hele invasiemacht (kilometers aan voertuigen) stil, er was simpelweg geen ruimte om in te halen.
Historici zijn het erover eens dat de vertraging bij Son en Best, samen met de problemen bij de brug bij Nijmegen, een van de hoofdoorzaken waren waarom de Britten Arnhem uiteindelijk niet op tijd konden bereiken en de slag om Arnhem verloren werd.
Door het mislukken van de Slag om Arnhem stabiliseerde het front zich in de Betuwe tussen Waal en Rijn. Ten oosten van Tilburg was een smalle corridor ontstaan van België tot aan Nijmegen. Dit gebied werd de "Island" genoemd en bleef maandenlang een gevaarlijk niemandsland vol modder en overstromingen.
Operatie Pheasant
Het Wilhelminakanaal had zijn tactische functie als “Line of Defence” bewezen en zou dit ook doen tijdens de “Operatie Pheasant” (Fazant) waarbij een maand, later tussen 20 oktober en 9 november 1944, het grootste deel van Noord-Brabant en ook Tilburg werden bevrijd. Ook werd hierbij het gebruik van de haven van Antwerpen veiliggesteld, waarmede een deel van de grote logistieke problemen voor de geallieerde troepen werden opgelost.
Vanaf 22 september 1944 begon het Duitse Sprengkommando de werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen in Tilburg systematisch te verwoesten.
Vanuit “de corridor” werd een opmars richting het westen ingesteld. Het Britse 1e Legerkorps en de 53e Welsh Divisie vochten zich een weg naar 's-Hertogenbosch, wat leidde tot hevige straatgevechten en de bevrijding van deze stad op 27 oktober 1944.
De 1e Poolse Pantserdivisie, onder leiding van generaal Maczek, rukten ten westen van Tilburg op. Hun grootste triomf was de bevrijding van Breda op 29 oktober, waarbij ze de stad innamen zonder zware artillerie te gebruiken om de stad en de bevolking te sparen.
Zoals tijdens de slag om Arnhem was bewezen zijn water- en spoorwegen van strategisch belang bij het aanleggen van verdedigingslinies. Om de opmars van de geallieerde te vertragen was het 25 oktober 1944 de beurt aan het Duitse Sprengkommando om de spoorbruggen, in Tilburg over de Ringbaan Oost en het Wilhelminakanaal op te blazen. De meeste verkeersbruggen over het Wilhelminakanaal (Koningshoeven, Oisterwijksebaan, Enschotsestraat, Heikantsebaan en Lijnsheike) en ook de brug over de weg Tilburg/Eindhoven aan de Meierijbaan werd vernietigd evenals de brug het sluizencomplex bij Haghorst.
De gevechten die zouden leiden tot de bevrijding van Tilburg duurden van 20 tot 26 oktober 1944 en kostten 54 burgers het leven.
Die week werd Tilburg langzaam omsingeld. De 15e Schotse Infanteriedivisie kwam vanuit het oosten (Best en Oirschot).
Tegelijkertijd rukten de Poolse troepen op uit richting Gilze en Breda. Bijzonder in de geschiedenis van Nederland en Tilburg was de aankomst van de Prinses Irene Brigade, zij waren de eerste Nederlandse eenheid die een grote Nederlandse stad hielpen bevrijden. Voor veel Tilburgers was het zien van de Nederlandse leeuw op de uniformen een emotioneel hoogtepunt.
Met de dreigende omsingeling voelde de Duitsers de bui al hangen. In plaats van stand te houden en de stad tot een ruïne te laten vechten (zoals in sommige andere steden gebeurde), kozen ze voor een tactische terugtocht naar het noorden, de Maas de volgende verdedigingslinie. Omdat de hoofdmacht van de Duitsers al weg was, vonden er in de binnenstad slechts kleine schermutselingen plaats met achtergebleven Duitse sluipschutters en kleine eenheden.
De bevrijding van Tilburg op 27 oktober 1944 was een emotionele achtbaan. Waar andere steden soms dagenlang in de vuurlinie lagen, was de bevrijding van Tilburg een combinatie van tactische druk, een snelle Duitse aftocht en een explosie van vreugde.
Tilburgers herinneren zich nog goed de doedelzakken die door de straten klonken — een bizar maar hoopvol geluid na vier jaar bezetting. De Tilburgers vonden de Schotse bevrijders in hun kilt in eerste instantie maar een vreemd gezicht? Er deden al snel grapjes de ronde over "mannen in rokken", maar dat mocht de pret natuurlijk niet drukken. Voor het eerst sinds de invasie zagen Tilburgers ook weer Nederlandse soldaten van de Prinses Irene Brigade met een Nederlandse leeuw op hun mouw. Zij trokken via de Bosscheweg de stad binnen. Overal doken plotseling Nederlandse vlaggen en oranje strikken op die jarenlang verborgen waren gehouden. De Schotse soldaten werden bedolven onder de bloemen, fruit en (voor zover nog aanwezig) drank. De foto's van die dag op de Heuvel en bij het Paleis-Raadhuis tonen een kolkende massa mensen.
Tilburg kwam snel weer tot leven en al snel werden er pontjes ingezet om mensen over te zetten en mensen klauterden via de instortte spoorbrug om te feesten in de stad. De spoorbruggen over de Ringbaan Oost en het Wilhelminakanaal werden in één week hersteld en feestelijk weer in gebruik genomen. Ter hoogte van de Insulindestraat nabij de Bosscheweg werd een noodbrug gemaakt, die al op 8 november 1944 gereed was. De Oisterwijksebaan kreeg een houten noodbrug. Na de oorlog werden geleidelijk alle bruggen hersteld.
Bronnen: Wiki Midden-Brabant
Regionaal Archief Tilburg
Geheugen van Tilburg
Oisterwijk-Marketgarden.com