De skyline van Tilburg is de laatste vier á vijf decennia aanmerkelijk veranderd. In de ijzeren eeuw (1800-1900) tot aan de jaren tachtig van vorige eeuw werd de skyline gedomineerd door kerken, schoorstenen, koeltorens, rookpluimen en smog. Rond de millenniumwisseling zien we vooral hoge kantoorgebouwen, woontorens en zendmasten verschijnen en resteren een handje vol kerken en schoorstenen(afbeelding 1).
Gedurende de ijzeren eeuw tot de jaren zeventig waren fabrieksschoorstenen in Tilburg hét symbool van nijverheid en economische welvaart (afbeelding 2). Dit werd tot uiting gebracht in briefhoofden van de fabrieken (afbeelding 3). De bouw van deze schoorstenen hangt samen met de opkomst van stoomketels, stoommachines, dynamo's en drijfriem-aandrijvingen in de 19de eeuw (afbeelding 4). De schoorstenen werden steeds hoger opgetrokken, vaak tot 50 á 60 meter, om de rookgassen en schadelijke chemicaliën van industriële processen te verspreiden zodat mensen op de grond er minder hinder van zouden hebben.
Rond 1850 werd in Tilburg het eerste stedenbouwkundig project gerealiseerd rond de KoningsWaaj. Dit gebied werd door herdgangen verbonden met gehuchten en dorpen in de omgeving (Veldhoven, 't Goirke, Korvel, Oerle, De Hasselt, Loven, enz. enz. (afbeelding 5).
Textiel werd eerst door wevers thuis (afbeelding 6) vervaardigd, later in fabrieken met machines op stoomkracht via drijfriemen. In Tilburg werden de landbouwgronden tussen de gehuchten en het stedelijke gebied in snel tempo volgebouwd met grote fabriekscomplexen, kerken, kloosters en woningen voor de arbeiders die naar Tilburg werden gelokt. Deze hele industrie met meer dan 100 schoorstenen en kilometerslange blauwsloten werd binnen de huidige contouren van de ringbanen geconcentreerd.
Ook kleine schoorstenen en smidse droegen bij aan de smogvorming, denk bijvoorbeeld aan de vele tientallen slagers met rookschouwen en bakkers met ovens die gestookt werden met hout en takkenbossen.
Het beeld van rokende schoorstenen werd ook het symbool voor de milieuproblematiek. Een eerste wake-up call was de “Grote Smog” die in Londen, in mijn geboortejaar 1952, ongeveer 12.000 doden en meer dan 100.000 ziekenhuisopnames veroorzaakten. Een dergelijke rampspoed had ook in Tilburg kunnen plaatsvinden (afbeelding 7).
De eerste vijftig jaren van de twintigste eeuw stootten meer dan honderd fabrieksschoorstenen hun verstrikkende rook over de stad uit, met daarnaast de uitstoot van duizenden huishoudens die met steenkool verwarmden en kookten (afbeelding 7). Roet op de net gewassen en te drogen gehangen kleding was een zeer frustrerend probleem voor de huisvrouwen. Smog was een intense luchtvervuiling gekenmerkt door ondoorzichtigheid (zicht minder dan 2 meter) en geur, in steden als Amsterdam verdronken regelmatig mensen die 's nachts in de dichte mist en smog in een gracht liepen.
Door het gebruik van niet ontzwavelde kolen, stookolie en brandstoffen werd, bij zonnig en windstil weer, vaak een intens dichte mist veroorzaakt door onder andere zwaveldioxide. Deze stoffen veroorzaakt ook een zuurmist- c.q. regen die zinkengoten, cementvoegen en natuurstenen beelden (St. Jan in Den Bosch, afbeelding 9) ernstig aantastte, ook de verzuring van meren o.a. in Zweden komt bij mij weer in herinnering.
De uitgestoten rook en de gevormde smog was giftig voor flora en fauna maar ook voor de mens. Ze veroorzaakte ernstige ziektes aan luchtwegen, diverse kankers e.d., een verkorte levensduur of vroegtijdige dood in de geïndustrialiseerde steden was het gevolg. Ook mijnwerkers (afbeelding 10) hadden een korte levensverwachting o.a. als gevolg van beroepsziekten zoals stoflongen (silicose).
In 1973 werd ik door de heer Dingemans, directeur van Bouw- en Woningtoezicht in Tilburg, aangenomen als medewerker voor de afdeling Hinderwet. Ik had sterk het gevoel dat ik met name vanwege mijn opleiding ‘Scheepswerktuigkunde’ was aangenomen om de problematiek rond de roetende schoorstenen aan te pakken. Als jongeling ging ik er op uit om stookinstallaties te controleren op het roetgetal (ook wel het roetcijfer genoemd) hiervoor werd een Bacharach-roetpomp (foto 8a) gebruikt. Waar we tegenwoordig streven naar roetgetal 0 of 1, lag de lat toen anders, roetgetal 2 werd beschouwd als de standaard voor een goed afgestelde installatie. Roetgetal 3 was vaak de uiterste grenswaarde. Kwam de meting boven de 3 uit, wat regelmatig voorkwam, dan werd de installatie als "vervuilend" beschouwd en moest de brander worden schoongemaakt of de luchttoevoer worden bijgesteld. Ter vergelijking: een roetcijfer van 3 op de Bacharach-schaal geeft een duidelijke, donkergrijze vlek op het filtreerpapier.
De veelal verouderde installatie werden vaak gestookt met zware stookolie, die je als het ware met de schop in de ketel kon gooien, deze olie moest eerste enige tijd worden opgewarmd met lichte huisbrandolie voor men deze olie kon verpompen.
De krachtige onderdelen van de Wet inzake de luchtverontreiniging traden in september 1972 in werking. De wet had specifieke instrumenten om eisen te stellen aan de gebruikte brandstoffen, motoren en de industriële uitstoot.
Het einde van de levenscyclus van wel 100 schoorstenen werd bereikt door de komst van aardgas en de teloorgang in Tilburg van hele bedrijfstakken (textielfabrieken, leerlooierijen, lampenfabrieken, ijzergieterijen, steenfabrieken, bierbrouwerijen, gasfabriek, elektriciteitsfabriek, muziekinstrumentenfabrieken, CTM-zuivelfabriek, Werkplaats NS, schoenfabrieken (afbeelding 11).
Strenger milieu-eisen, betere installaties, het ontzwavelen van brandstoffen, maar met name de door de komst van aardgas verdween de smog bijna definitief en verbeterde de luchtkwaliteit. Wij mogen het Groninger aardgas en de Groningers wel danken dat zij de dreigende rampspoed hebben afgewend en de levensverwachtingen van stedelingen sterk hebben verhoogd.
Bij mijn weten zijn er nog 3 schoorstenen uit deze memorabele tijd bewaard gebleven, te weten: de BK schoorsteen aan de Kazernehof 75, de kleine schoorsteen bij het Duvelhok aan de St. Josephstraat 133 en de Schoorsteen bij Textielmuseum aan de Goirkestraat 96 (afbeelding 12).
Een groepslid wees mij erop dat nog één belangrijke schoorsteen bewaard is gebleven. Hij doelde op de schoorsteen bij de AaBE-fabriek aan de Fatimastraat (afbeelding 13). Ook aan de Zuid-Oosterstraat is een kleinere schoorsteen behouden in een nieuwbouwproject op het terrein van de voormalige Firma Anton Arnold van den Bosch, het terrein van de voormalige wolspinnerij (afbeelding 13) daarmee komt het totaal op 5 schoorstenen. In het kader van industrieelerfgoed en beschermde stadsgezichten wil ik ook een langs breken voor het behoud nog resterende schoorstenen van rookschouwen van voormalige slagerijen, in afbeelding 14 zie je er twee. De eerste bij het pand Berkdijksestraat 118 en de tweede aan de Akkerstraat 3.
Bronnen:
Foto 8: Collectie foto's Tilburg (Bureau voor Statistiek en Voorlichting Gemeente Tilburg), Fotograaf gemeente Tilburg.
Foto 10: Nationaal archief.