Patisserie Walter van Erven

‘De Nieuwjaarskoek is een product zonder poespas.’

Paul van Riel behoort met zijn 31 jaar tot de categorie ‘jonge honden’ als het gaat om Nieuwjaarskoeken-bakkende bakkers. Toch kan deze ambitieuze patissier bogen op vele jaren ervaring. Als eigenaar van Patisserie Walter van Erven zet hij de traditie van de Nieuwjaarskoek graag mee voort.

20260129 Walter van Erven barkkerij_JorisBuijsFotografie_409.JPG

De uit Goirle afkomstige Paul nam de patisserie inclusief de bedrijfsnaam zeven jaar geleden over van Erik van Son. Die had de zaak 28 jaar daarvoor overgenomen van Walter van Erven, die er in 1956 mee was gestart. Paul begon met zes personeelsleden, inmiddels zijn dat er zestien. In die bijna zeventig jaar sinds de oprichting – 2027 is een jubileumjaar! – konden de Tilburgers hier elk jaar terecht voor een onvervalste Nieuwjaarskoek.

Onveranderd recept

Paul kreeg het recept dus van zijn voorganger. Volgens hem wijkt dat nauwelijks af van het origineel. ‘Govert van Nunen zou het authentieke recept bezitten. Onze koek lijkt daar heel veel op; ik weet dat omdat ik daar stage heb gelopen. Mogelijk is bij ons de kruidenverhouding nét wat anders.’

Het recept heeft Paul nooit veranderd en geheimzinnig doet hij daar niet over: ‘Het uitgangspunt is een kookdeeg, net als taaitaai. Dan gaan we honing met boter en suiker koken, daar doen we rogge- en tarwebloem bij. Dan moet het deeg minimaal een maand rijpen. Vervolgens voegen we kruiden toe zoals nootmuskaat, kaneel en kruidnagel, waarna we het deeg uitrollen, uitsteken en bakken. Per seizoen zo’n tweeduizend koeken. Tenslotte kan het glazuur erop. We beginnen in oktober, zodat de koeken half december de winkel in kunnen.’

‘Jongeren van nu lijken de traditie van hun grootouders voort te zetten.’

Na een korte dip van enkele jaren ziet Paul weer een stijging van de verkoop. ‘Normaal liggen ze bij ons tot half januari in de winkel. Dit jaar waren ze begin 2026 allemaal al uitverkocht. Traditioneel worden ze vooral door bedrijven en de oudere generatie Tilburgers gekocht, maar steeds vaker zie ik 30- tot 40-jarigen die zo’n koek voor hun kinderen meenemen. Blijkbaar zetten ze de traditie voort waarmee hun grootouders – van wie ze zelf ooit zo’n koek kregen – startten. Daarmee lijkt het erop dat het fenomeen van de Nieuwjaarskoek een generatie heeft overgeslagen.’

Tilburgs

Paul kreeg de traditie niet van huis uit mee, maar leerde het verhaal kennen via Govert van Nunen. ‘De basis zou in de textielfabrieken liggen, werknemers kregen ze van hun baas. Vanuit de Nederlandse patisserievereniging, een bedrijfsverrijkingsclub waar ik samen met Govert van Nunen aan deelneem, weet ik dat de Nieuwjaarskoek buiten Tilburg nauwelijks wordt gebakken. En het blijkt een echte weggeefkoek te zijn. Laatste vertelde een klant dat zij de koek aan haar kleinzoon had gegeven, maar dat hij na drie weken nog steeds op de kast stond. Tja, niet iedereen vindt hem lekker.’

‘Hopelijk pakt de jeugd de traditie op.’

Naast de standaard koeken van 80 tot 90 gram maakt Van Erven ook grote varianten van ruim 50 centimeter lang en zo’n twee kilo zwaar. Speciaal voor het versieren komt voormalig eigenaar Erik van Son opdraven. ‘Die is weliswaar met pensioen, maar geniet hier nog zeer van,’ aldus Paul. “Gelukkig Nieuwjaar” is de standaard tekst, met daaromheen een sierlijk kader. Op verzoek schrijft Erik een andere tekst en soms bakt Van Erven een andere vorm.

‘Maar verder moeten we niet te veel aan de Nieuwjaarskoek willen veranderen,’ vult hij aan. Geen afwijkende recepturen of andere poespas zoals je bijvoorbeeld bij de gekleurde chocoladebollen ziet. Laat dit maar gewoon een Tilburgse koek blijven. Aangevuld met het verhaal en een stukje historisch onderzoek, zal dit de Tilburgers zeker aanspreken. Hopelijk pakt de jeugd het dan ook op.’

 

Foto Joris Buijs

Alle rechten voorbehouden