De lichte mate van flexibiliteit, de glans en de sierlijke slanke letters op de koek vormen volgens Theo het handelsmerk van zíjn Nieuwjaarskoek. ‘Hij smelt letterlijk weg in je mond.’
In 1990 nam Theo Pastoor de bakkerij van Harrie Keusters in de Sint Josephstraat over. Als Eindhovenaar had Theo nog nooit van het fenomeen Nieuwjaarskoek gehoord. ‘Volgens mij is het iets typisch Tilburgs. Toen ik de zaak van Harrie overnam bakte hij ze niet meer, maar had dat in de jaren daarvoor blijkbaar wel gedaan. Het recept kreeg ik van Jan Vermeer uit de Willem II-straat; in zijn bakkerij heb ik een hele middag geoefend op het bakken van de Nieuwjaarskoek. Het jaar erop had ik ze in mijn winkel liggen.’
Bakker Jan van Heeswijk uit de Meelstraat adviseert Theo om de garnering te verfijnen. ‘Stapje voor stapje heb ik de receptuur en het proces verbeterd. Het kan natuurlijk altijd nóg beter, maar ik zou nu niet weten wat er nog verbeterd kan worden aan deze koek.’
Trotse bakker
Nu hij de zaak aan zijn zonen Sander en Lucas heeft overgedragen, ziet Theo het verschil in aanpak. ‘Ik werkte dag en nacht. Stond om 2.00 uur op en ging aan één stuk door tot 12.00 uur. Even uitrusten en ’s middags verder. Sander en Lucas hebben de taken verdeeld.’ Toch is Theo nog met enige regelmaat in de winkel te vinden, waar hij geniet van het contact met de klanten. Supertrots is hij als hij mensen de winkel ziet verlaten met een tas brood waarop zijn naam staat. ‘Weet je wat het is? Duizenden mensen eten ons brood, onze worstenbroodjes en eierkoeken. Met Kerst staat de Weihnachtsstol van bakker Pastoor op tafel. Dat is toch fantastisch.’
‘Het is een echte weggeefkoek’
Jaarlijks bakt ‘Theo Pastoor – De Echte Bakker’, zoals de officiële bedrijfsnaam luidt, enkele honderden Nieuwjaarskoeken. In september begint de voorbereiding – het maken van het deeg – en rond november/december start het bakken. Na Sinterklaas liggen de koeken in de winkel, maar niet voordat de bakker er de tekst ‘Nieuwjaar’ op heeft geschreven. Tot circa 20 januari zijn ze te koop in twee vaste maten. Een kleine van circa 23 x 15 centimeter en een grote van ongeveer 35 x 20 centimeter. Op verzoek schrijft Theo Pastoor er een andere tekst op.
Volgens Sander Pastoor is er een vaste groep klanten die de Nieuwjaarskoek koopt. ‘Veel oma’s die hem aan hun kleinkinderen geven. En bedrijven die de koek als relatiegeschenk aanbieden. Het is vooral iets om te geven, ook als je er zelf niet zo van houdt.’
‘Laten we deze traditie proberen te behouden.
Op deze manier draagt de bakkerij bij aan het behoud van een stukje immaterieel erfgoed. Theo Pastoor had hier al enige ervaring mee, want hij werd vier keer verkozen tot Brabants beste worstenbroodbakker. ‘Dergelijke tradities vind ik schitterend, we moeten er alles aan doen om dat te behouden.’
Zoon Sander is het roerend met hem eens. ‘Als kind kregen mijn broer en ik jaarlijks een Nieuwjaarskoek – met onze naam erop – van onze ouders. Anderen kregen ze van hun oma’s en opa’s. Nu is het de beurt aan mijn generatie om het op te pakken. Mijn kinderen krijgen er dus ook elk jaar één. En als bakker kunnen we aan de traditie bijdragen door de koeken goed zichtbaar in de etalage te leggen.
Authentiek Tilburgs seizoensproduct
Theo heeft nóg een idee wat hij samen met de andere Nieuwjaarskoeken-bakkende bakkers zou willen uitwerken. ‘Een universele verpakking met een zegel dat dient als kwaliteitskeurmerk voor alle ambachtelijke Tilburgse Nieuwjaarskoeken. Met als toevoeging: 'Immaterieel erfgoed, een authentiek Tilburgs seizoensproduct'. Wie gaat samen met ons de uitdaging aan?’
Fotografie Joris Buijs
Stadsmuseum Tilburg