Foto Joris Buijs
Van Heuvelstraat naar Westermarkt
Het verhaal begint in 1905, toen opa Govert van Nunen aan de Heuvelstraat een Brood-, Koek-, Pastei- en Banketbakkerij opende. Zijn zoon – uiteraard ook Govert- zette de zaak voort op de Westermarkt en bleef tot circa 1985 het gezicht van de winkel. Toen deze Govert zijn pensioen naderde, belandde het familiebedrijf in handen van Robert. Op de Westermarkt bouwde Robert het bakkersvak verder uit, maar hij voelde tegelijkertijd het gewicht van de geschiedenis op zijn schouders. Want wat de familie Van Nunen al die jaren níet bezat, was het originele recept van de Tilburgse nieuwjaarskoek. Dat lag bij een andere beroemde bakker: de laatste telg uit de familie Maas.
Een koek om te geven
Bakker Maas, zelf opvolger van bakker Klijsen uit begin 19e eeuw, had het recept altijd als familiegeheim beschermd. Hij kende het uit zijn hoofd, schreef het uiteindelijk op de achterkant van een oude nota, later op een A4’tje. Maar toen er voor hem geen opvolger bleek te zijn, zocht hij een vakman die de traditie waardig zou voortzetten. Govert van Nunen werd die man. Met de verkoop van het recept ging een eeuwenoude bakkerstraditie over in nieuwe handen. En dat werd meteen zichtbaar: waar Govert vroeger zo’n zeshonderd koeken verkocht, werden dat er al snel zesduizend. Inmiddels is dit door Robert gegroeid tot meer dan tienduizend – allemaal met dezelfde zorgvuldig rijpende kruiden, hetzelfde bros-buigzame deeg en dezelfde kenmerkende witte opspuitletters.
Viermaal Govert, één traditie
'Het is mooi dat de naam Govert door de generaties heen telkens terugkeert,' vindt Robert, die overigens nog lang niet klaar is om de oven uit te zetten. Hij zegt vaak dat de traditie hem energie geeft. Tilburg kan dus nog jaren op hem rekenen.
Samenwerking als stille kracht
Robert benadrukt dat hij de traditie niet alleen hooghoudt. Net zoals vroeger bakker Klijsen hielp bij Maas, stond Maas jarenlang zelf nog bij de Van Nunens in de bakkerij. Ook nu helpen collega‑bakkers, familieleden en het eigen gezin in de drukke weken. Een traditie leeft immers niet door één persoon, maar door een gemeenschap die meedoet. Naast Van Nunen zelf bakken nog altijd andere Tilburgse bakkers nieuwjaarskoeken. Maar Robert glimlacht dan en zegt: “Toch zijn die van ons de enige echte.”
Zoals Maas altijd zei: “Eigenlijk koop je de koeken nooit voor jezelf, maar altijd om weg te geven.” Die gedachte leeft nog steeds voort in Tilburg, waar families elkaar koeken schenken alsof het kleine nieuwjaarsgroeten zijn – eetbaar erfgoed.
Stadsmuseum Tilburg