VAN BEIERENDE KLOKKEN NAAR BULDERENDE KANONNEN.

Tijdens de tweede wereldoorlog hadden de Duitsers voor hun oorlogsindustrie veel grondstoffen (olie, kolen, hout, ijzer, koper, lood, tin en brons) nodig. Na de inval in de Rusland stopte de Russische levering van veel van deze grondstoffen en begon de plundering in de bezette gebieden. Op 18 juni 1941 werd door rijkscommissaris Seyss-Inquart de eerste metalgutverordnung ingesteld. Met uitzondering van kunstvoorwerpen, volksdrachtonderdelen, kerkklokken e.d. moest al het koper, nikkel, lood en legeringen worden ingeleverd.

Klokkenroof 1.jpg

Er waren geen Tv's, computers, smartphones of internet. Men had hier en daar telefoon, de krant en de radio. Maar in Tilburg hadden we heel veel klokken. In wel 50 á 60 torens van kerken, kapellen en kloosters, je kon ze van verre horen beieren, uitslapen op zondag was echt niet mogelijk. Zsloegen de tijd, luidden bij geboorte en dood, riepen op tot gebed en waarschuwden bij gevaar. Ze waren belangrijk, ze hoorden bij het bestaan, bij de christelijke cultuur. 

Tijdens de tweede wereldoorlog hadden de Duitsers voor hun oorlogsindustrie veel grondstoffen (olie, kolen, hout, ijzer, koper, lood, tin en brons) nodig. Na de inval in de Rusland stopte de Russische levering van veel van deze grondstoffen en begon de plundering in de bezette gebieden. Op 18 juni 1941 werd door rijkscommissaris Seyss-Inquart de eerste metalgutverordnung ingesteld. Met uitzondering van kunstvoorwerpen, volksdrachtonderdelen, kerkklokken e.d. moest al het koper, nikkel, lood en legeringen worden ingeleverd. Veel Nederlanders negeerden deze verordening en verborgen hun waardevolle spulletjes voor de Duitsers. Daarop besloten de bezetters tot rigoureuzere maatregelen. Op 22 juli 1942 werd door Rijkscommissaris Seyss-Inquart een nieuwe verordening afgekondigd, deze bevatten de bevoegdheid om metalen “ten gunste van het Rijk der Nederlanden” in beslag te nemen. Onder de metalen voorwerpen vielen nu ook kerkklokken. 

Er ontstond veel commotie in het land. De toenmalige aartsbisschop van Utrecht Mgr. J. de Jong liet op 18 augustus 1942 aan de Rijkscommissaris weten dat hij op grond van gewetensbezwaren, wat betreft de kerkklokken, niet kon meewerken aan de uitvoering van de metaalverordening. De bisschoppen hadden hun geestelijken verboden de klokken aan te geven en in te leveren. De Duitsers wachtten enkele maanden in de hoop dat de gemoederen tot rust zouden komen. 

Klokkenvorderingen waren van alle tijden, ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog vorderden de Staten-Generaal der Zeven Provinciën klokken in de strijd tegen de Spanjaarden. Met name met het oog op de spanningen in Europa gaf onze regering al in 1937 opdracht om een lijst samen te stellen van alle beschikbare carillons en kerkklokken. De Inspectie Kunstbescherming maakte daarbij ook een lijst van de belangrijkste klokken en historische carillons die behouden dienden te blijven. Alle gemeenten kregen een mal om de ‘M’ op deze klokken te schilderen met een instructie in vier talen. "Afblijven…!" luidde de boodschap. 

De Duitsers waren goede organisatoren en omdat er al lijsten waren leek het wel een legale operatie. Omdat de Nederlandse regering voor de oorlog al een inventarisatie had laten maken van alle kerkklokken verzochten de Duitsers de Inspectie Kunstbescherming om het overzicht, op 17 september 1942 werden de klokkenlijsten verzonden en de jacht op de klokken was geopend. Naast de M-klokken en beschermde carillons kregen de resterende klokken van de Duitsers een A-, B-, C- of D-merk en een volgnummer. De jongste klokken uit categorie A en B konden meteen weg, typen C en D vielen onder historisch waardevolle klokken. Het klokkentype C was twijfelachtig en bleef in een soort wachtpositie. Kloktype D waren beschermd. Ook werden tal van historisch waardevolle klokken van het type D uit kerktorens gehaald door fanatieke burgemeesters die nog steeds geloofden in een eindoverwinning.  

Voor het uithalen van de klokken kreeg een uit Duitsland afkomstige NSB-aannemer Meulenberg uit Heerlen de meeste opdrachten, hij houdt er de naam ‘Klokken-Peter’ aan over. De Duitsers benoemden hem tot “Generalunternehmer des Sonderreferates Metallmobilisierung”. Alkemade had de twijfelachtige eer om op 16 februari 1943 als eerste bezoek te krijgen van de aannemer om de klokken uit de kerktoren te halen. In opdracht van de Rüstungs Inspektion verwijderde de aannemer binnen een half jaar in het hele land zo'n 9.000 luidklokken, waaronder de zogenaamde historische Angelusklokjes. 

De Inspectie Kunstbescherming probeerde via ambtelijke weg de klokken zo lang mogelijk te behouden. Werden wel de juiste klokken uit de torens gehaald? Moest dat niet onderzocht worden? Van de Duitsers mocht een deel van de klokken gemerkt worden met de ‘P’ van Prüfung. Zij gingen naar Tilburg, Spijk of Meppel en vrijwilligers onderzochten ze op hun cultuurhistorische waarde. De meeste P-klokken van Noord-Brabant en Limburg kwamen in Tilburg terecht. Deskundigen noteerden daar maten en opschriften, maakten tekeningen, foto’s, papier- en gipsafdrukken. Ook werden daar de eerste klankanalyses gemaakt. Het waren een effectieve vertragingstactieken. 

Het Nederlandse volk keek tandenknarsend toe. Met list, geluk en bedrog werden ook klokken gered. Soms werden ze begraven, soms toegevoegd aan beschermde beiaarden en links en rechts werden 'P’ op klokken geschilderd. In 1943 zonk op het IJsselmeer bij Urk een schip vol klokken, pas na de oorlog kwamen deze weer boven water. In Den Bosch werden klokken in de Dommel afgezonken en bij klokkengieters in Heiligerlee en Asten werden nog niet geleverde klokken stiekem begraven, dit allemaal om vernietiging te verhinderen. Vaak was de slogan te horen: ‘Wie met klokken schiet, wint de oorlog niet'. 

Uit Wiki Midden–Brabant blijkt de klokkengeschiedenis van de kerkklokken uit Tilburg, zo ook die van mijn vroegere parochie “De Hoefstraat”. De twee klokken van 560 en 280 kg werden afgevoerd naar Hamburg en zijn daar door zogenaamde oorlogshandelingen verwoest en verworden tot kanonnen, kogels en granaten.   

In Nederland werden in korte tijd ongeveer 9.000 klokken uit hun torens gehaald, in Tilburg naar schatting meer als 100, ineens werd het stil op straat. De klokken werden op centrale plaatsen verzameld (Tilburg, Spijk of Meppel), onder andere bij de 'Tilburgsche HoutCentrale’ en van daar per schip naar Hamburg gebracht. Veel van de in Tilburg opgeslagen klokken halen aldaar de bevrijding, de terugtrekkende Duitse troepen slagen erin om 60 kleine klokken mee te nemen, maar de zwaardere exemplaren moeten noodgedwongen worden achtergelaten omdat verzetsstrijders de takels hadden weggemoffeld 

Alsof er geen ethische bezwaren waren werden de klokken in twee smelterijen in Hamburg omgesmolten en verwerkt tot doeltreffend vernietigingstuig. Er werden ongeveer 4.793 klokken (gewicht ± 2.000.000 kg) naar Duitsland afgevoerd die niet terugkwamen, maar ongeveer 4.212 klokken (gewicht ± 1.700.000 kg) zijn gespaard gebleven. 

De Heuvelse kerk werd hard getroffen. In 1943 haalde de bezetter niet alleen de luidklokken weg, maar ook het complete carillon van 34 klokken. Als je nu naar de klokken in de Heuvelse kerk gaat kijken, zie je een stille getuige van deze geschiedenis. De nieuwe klokken die na de oorlog zijn gegoten, dragen Latijnse teksten die direct verwijzen naar de roof: 

  • "POST RAPTUM 1943" (Na de roof van 1943) 
  • "POST RAPTUM GERMANICUM 1943" (Na de Duitse roof van 1943) 

De Tilburgers lieten hiermee in brons gieten dat ze niet vergeten waren wat er was gebeurd. 

In de toren van 't Heike (Sint Dionysius) hing een van de oudste klokken van de stad, gegoten in 1654. Hoewel ook deze klok door de Duitsers werd weggehaald, is hij na de bevrijding teruggevonden en weer in de toren gehangen. Hij luidt vandaag de dag nog steeds over de stad. Het carillon dat je nu in de Heikese toren hoort, is eigenlijk een soort "wraak-carillon". Na de oorlog was er een grote stadscollecte om het verloren carillon van de Heuvel te vervangen. Er werd besloten om het nieuwe, grotere carillon in de toren van 't Heike te hangen, omdat die centraler stond. 

De Goirkese Kerk bleef relatief gespaard omdat de Duitsers de toren zelf gebruikten als uitkijkpost voor de luchtbescherming en met de klokken kon de eerste alarmering worden ingezet. 

In Tilburg mochten de parochies Broekhoven I, Bredaseweg, Besterd, Gasthuisstraat, Groeseind, Hasselt en Ringbaan-Oost één klok als zogenaamde alarmklok behouden. Een dag na de bevrijding, op 28 oktober 1944, wordt een klok van de Heikese kerk in triomf teruggebracht. De klok was gered door er een ‘P’ op te schilderen, zodat deze eerst door een Duitse inspecteur moest worden gekeurd alvorens te worden getransporteerd naar Duitsland. 

Na de oorlog telde ons land drie klokkengieterijen die de lege ruimten in onze kerktorens mochten opvullen: Petit & Fritsen (Aarle-Rixtel), Van Bergen (Heiligerlee) en Eijsbouts (Asten). Ze goten ook beroemde herdenkingsklokken, zoals de Bourdon op de Waalsdorpervlakte (Den Haag) en The Netherlands Carillon voor Arlington National Cemetery (Washington DC). 

Ik ben van 1952, dus van na de oorlog, maar toch hier nog enige persoonlijke ontboezemingen.  

Uit de Hoefstraatse kerk werden twee klokken gehaald, deze werden omgesmolten en in 1949 plaatsten men drie nieuwe klokken terug. Toen ik 9/10-jaar was werd ik misdienaar. Het klinkt misschien raar maar begrafenissen vond ik prachtig, de Gregoriaanse mis geheel in het Latijn, met drie heren en een groot koor, altijd herkende ik de stem van mijn moeder. Alles en iedereen in het zwart, er werd met wijwater en wierook gestrooid. De uitvaartkist werd met een uitvaartkoets naar het kerkhof gebracht. De priester voorop en alle mensen (alleen de mannen) lopend achter begrafeniskoets, deze stoet ging door de Jacob van Oudenhovenstraat, over de Heikantsebaan (later Jac. van Vollenhovenstraat) en de brug naar het Kerkhof aan de Heikantsebaan. Tijdens deze laatste rit voor overledene beierden de klokken en mochten wij de misdienaars dit samen met de koster doen. Als je bij het stoppen het touw vasthield dat werd je door de klok wel 4 á 5 meter omhooggetrokken, dat was schitterend ervaring. 

Op 100 meter onder de galmgaten van de kerk woonde mijn opa en oma Van Ierland – van Deurzen aan de Hoefstraat 212, tegenover bakker Thal en aannemer Remmers. Met de pronkkamer aan de achterzijde en woonkamer aan de straatzijde. De Tweede Wereldoorlog heeft een zware wissel op hun leven getrokken. In februari 1939 overleed hun dertienjarige dochter Nelly aan de gevolgen van een longontsteking en hartzwakte. Dat jaar werd ook hun 20-jarige zoon Piet gemobiliseerd bij het Grensbataljon Jagers.  

Na de capitulatie proberen Nederlandse militairen naar Engeland te evacueren met het vrachtschip de S.S. Pavon. In de avond van 20 mei 1940 verlaat de Pavon de haven van Duinkerke, de Luftwaffe krijgt het schip in zicht en een Junker-toestel neemt de Pavon onder vuur; een granaat is een voltreffer met veel slachtoffers tot gevolg. Tegen de ochtend wordt het schip, met nog honderd gewonden aan boord, teruggevoerd. De scheepsramp van de Pavon kostte aan zeker vijftig jongens het leven. Een van hen is Piet die op 21 mei tijdens de evacuatie naar het strand bezwijkt aan zijn verwondingen. Hij is 20 jaar geworden en ligt begraven op het Militair ereveld Grebbeberg in Rhenen. 

Van mijn grootouders was met name mijn oma erg gelovig, dat bleek ook uit de aankleding van de woonkamer. Naast een eenvoudig kruis was er een Mariebeeldje uit Lourdes met wijwater, een schilderijtje van “Het Angelus”, met een biddende man en vrouw op de akker. Ook lag een rozenkrans altijd binnen handbereik om het Weesgegroet op de ‘Angelus-tijden” te bidden. Maar ook na het verlies van haar zoon door een granaat (is dit een klok geweest?) bleven daar na de oorlog nog twee bloemenvazen en een asbak die van messinghulzen van granaten waren gemaakt. 

Wist je dat er in Tilburg nog steeds een Werkgroep De Torenklok actief is die dit erfgoed beheert? Ik kan eens kijken of zij nog publieke rondleidingen geven in de torens als je dat interessant vindt! 

Info: Regionaal Archief Tilburg; Nationaal Archief; Religie -Wikipedia; Het geheugen van        Tilburg en Wikimiddenbrabant.

Foto's: Regionaal Archief Tilburg; Nationaal Archief en persoonlijk archief.