Hoe dat zo gekomen is?
Jaren geleden stond op het Piusplein het kleine, knusse bakkerszaakje Smulders–Godding. Ongeveer op de plek waar nu de Vapiano verbouwd wordt, draaide vroeger de oven op volle toeren en hing de geur van vers deeg elke dag in de lucht. Bert werkte daar als banketbakker. Hij maakte in het seizoen de traditionele nieuwjaarskoeken, volgens het aloude recept van opa Smulders, de grondlegger van de bakkerij.
Toen de bakkerij verdween, werkte Bert nog bij diverse andere bakkers in de stad. Maar één ding reisde altijd met hem mee: het recept van opa Smulders. Een vergeeld kladje met hoeveelheden waar je spontaan duizelig van zou worden — maar ja, er moest toen ook een hele winkel worden gevuld.
Na zijn pensioen begon Bert opnieuw met bakken. Niet voor de verkoop, maar voor de mensen die hij liefhad. Ieder jaar opnieuw verrast hij de hele familie, plus een groeiende kring van vrienden en kennissen, met zijn gepersonaliseerde nieuwjaarskoeken. Met vaste hand spuit hij met suikerwerk je naam en een nieuwjaarswens op de koek. Vervolgens wordt elke koek ingepakt en vervoerd alsof het om kristal gaat — want suikerwerk blijft broos.
Dit jaar heeft zelfs een koek zonder één scheurtje het buitenland bereikt. Een klein wondertje.
Elke pasgeborene binnen de familie, elke nieuwe verkering — niemand wordt vergeten. Het worden er elk jaar meer. Dit jaar zijn het er misschien wel meer dan honderd geweest. En dat allemaal uit een gewone oven, thuis in zijn keuken. Dagen achter elkaar staat Bert te bakken, terwijl het hele huis gevuld raakt met die typische, warme geur van traditie.
We hebben heus wel eens 'vergelijkend warenonderzoek' gedaan. Koeken uit alle windstreken van Tilburg geproefd. Maar telkens opnieuw kwamen we tot dezelfde conclusie: de koek van ónzen Bert staat met stip bovenaan.
Tekst en foto
Anita van Iersel
Stadsmuseum Tilburg