‘Welkom bij deze échte Chinezen’ glimlacht A’Kong als hij de voordeur opent. Hij doelt op de manier waarop Hong-Kong-Chinezen vroeger naar de vasteland-Chinezen keken. ‘Het is een historisch grapje, een beetje zoals de controverse tussen hoofdstedelingen versus plattelanders in Nederland,’ legt hij uit. ‘Eenmaal in het buitenland bestaat dat subtiele verschil niet meer zo. Maar kom binnen, wilt u Chinese thee? Mijn ouders wachten met smart op u.’
Het verhaal dat volgt gaat over een prachtige, maar drukke periode die de familie Lam doorbracht in Tilburg en later in Heesch. Ook hun ervaringen met de harde realiteit van het naoorlogse China komen uitgebreid aan de orde. Een verleden waarvan de meeste mensen zich niet bewust waren, wanneer ze in de rij stonden voor een Babi Pangang met gebakken rijst.
Van Kota Radja naar China Crown
Vanwege de turbulente situatie in China eind jaren veertig, emigreren Chi Kuens ouders naar Hong-Kong. Chi Kuen wordt monteur op de m.s. De Laertes, een schip van de Nederlandsche Stoomvaart Maatschappij ‘Oceaan’. Vanwege de goede contacten met zijn directe collega, kiest Chi Kuen ervoor om eind jaren zestig in Nederland een baan te zoeken.
Zijn vrouw en twee jonge kinderen blijven in Hong-Kong achter, in de hoop zich later weer bij hem te kunnen voegen. Dat zal pas twee jaar later gebeuren; A’Kong is dan twee jaar oud en zijn zusje Kim vier. Het vinden van een baan in Chi Kuens vakgebied blijkt onmogelijk vanwege de taalbarrière. Wél kan hij in Tilburg aan de slag in Chinees-Indisch restaurant ‘Kota Radja’ op de Heuvel. Chi Kuen blikt terug: ‘Theo Ling was mijn werkgever. Hij heeft voor mij de papieren geregeld om hier te kunnen werken, zoals een werk- en verblijfsvergunning. Koken is altijd een hobby van mij geweest en zodoende had ik de vaardigheden van het ‘Chinees Nederlands koken’ snel onder de knie.’
Na drie maanden gewerkt te hebben als chef-kok, krijgt Chi Kuen de kans om het filiaal aan de Wandelboslaan 40 over te nemen, dat eveneens ‘Kota Radja’ heet. ‘Voor mij was dat een makkelijk besluit. Maar alles wat daarna volgde was moeilijk.’ Want opnieuw vormt de taal het grootste obstakel. Chi Kuen spreekt weliswaar Engels, maar vrijwel geen Nederlands, waardoor communicatie met zijn gasten lastig is. ‘Gelukkig had ik een Nederlandse serveerster in dienst, een meisje van ongeveer zeventien jaar. Zij ontving de gasten, terwijl ik druk was in de keuken.’
Chi Kuen wijzigt de naam van zijn restaurant in ‘China Crown’. Dankzij enorm veel hulp van buren en klanten behaalt hij de benodigde vakdiploma’s en vergunningen, iets waar hij nog steeds erg trots op is. Er komen foto’s op tafel van schalen met overvloedige gerechten die hij destijds uit dankbaarheid bereidde voor al die behulpzame mensen.
‘China Crown’ is hoofdzakelijk een afhaalchinees waar veel gezinnen uit de jonge wijk komen. Je kunt ook een maaltijd nuttigen in het restaurant en soms is er een feestje. Uit eten gaan in een Chinees restaurant is in die tijd nog iets bijzonders, legt A’Kong uit. ‘Vooral studenten van de universiteit maakten er gebruik van.’
Slapen onder de verkoopbalie
Moeder Lan Huen helpt in die tijd in de keuken en ook Kim en A’Kong worden regelmatig ingeschakeld. A’Kong herinnert zich de financieel zware tijd in het begin. ‘Wij hadden geen geld en aanvankelijk sliep ons hele gezin in één bed. Overdag sliep ik onder de verkoopbalie tussen de kranten, de kroepoek en de plastic zakken waar mijn ouders de gerechten in verpakten. Van jongs af aan hielpen mijn zus en ik in de keuken: we deden sambal en ingemaakte groenten (atjar) in kleine zakjes. Ook zat ik soms urenlang buiten op een kratje uien en knoflook te pellen die in juten zakken werden aangeleverd. Dat was voor mij dagelijkse routine.’
Op school vinden de bekende pesterijtjes plaats en niet alleen door leerlingen. ‘Een non van de basisschool veranderde mijn voornaam in A’Kong omdat ze mijn echte voornaam – Lam Tsang-Kong – te lang vond. ‘Meestal raakte me dat niet; ik was zo jong dat ik er snel aan gewend raakte. Ik heb zelfs een jeugdfoto waarop ik een indianenpak draag tijdens carnaval. Blijkbaar namen we die gebruiken – zoals Nederlanders rare Chinese kledij aantrokken –over. Later, tijdens een schoolreünie, ontdekte ik dat klasgenoten het restaurant van mijn ouders bijzonder vonden, omdat ze zoveel saté mochten eten als ze wilden.’
Chi Kuen en Lan Huen vinden het lastig om de kinderen Nederlands te leren. Hun leven speelt zich af achter het bekende luikje van de keuken. A’Kong: ‘Daardoor hadden wij het niet makkelijk op school. Mijn kinderen spreken Nederlands omdat mijn vrouw en ik het niet nodig vonden om hen ons dialect (Wenzhou-dialect) te leren. Als we Mandarijns – de officiële taal van China – zouden spreken, zou de situatie misschien anders zijn. Het probleem is daardoor wel dat mijn kinderen moeite hebben om met mijn ouders te communiceren. Deze taalbarrière bestaat dus tot op de dag van vandaag. Dat is ook de reden waarom veel Chinezen in de horeca gaan werken. Ze hebben al van jongs af aan leren koken en vinden daardoor makkelijk landgenoten. Het is de meest laagdrempelige manier om binnen te komen.’
Combinatieschotel
Aan de Wandelboslaan zijn in de jaren zeventig twee Chinese restaurants naast elkaar gevestigd. Enkele maanden na ‘China Crown’ opent restaurant ‘Peking’ zijn deuren (tegenwoordig is hier het Chinees afhaalrestaurant ‘Paradijs’ gevestigd). Ondanks dat ze buren zijn, is er vrijwel geen onderling contact. A’Kong: ‘De eigenaren van ‘Peking’ kwamen uit Hong-Kong, wij uit Wenzhou. We spraken elkaars taal niet. Doordat beide restaurants hun eigen specifieke smaak in de gerechten verwerkten, hebben we toch jaren in goede harmonie kunnen draaien.’
De meeste ingrediënten koopt Chi Kuen lokaal in, maar sommige specerijen haalt hij in Amsterdam. ‘Wist je trouwens dat mijn vader de combinatieschotel heeft geïntroduceerd?’ veert A’Kong plotseling op. ‘Je weet wel, die afhaalbakjes met twee compartimenten voor twee verschillende gerechten. Later namen andere restauranteigenaars dat over en nu weten we niet beter. Mijn vader is een echte ondernemer. Zo gaf hij soms gratis loempia’s of kippenvleugeltjes aan klanten mee, zodat ze iets nieuws konden proberen en mogelijk iets anders gingen bestellen. Na de verkoop van ‘China Crown’ begon hij een restaurant in Heesch, dat ook ‘China Crown’ heette. Hier introduceerde hij het lopend buffet-concept, een idee dat hij had opgedaan tijdens een welverdiende vakantie in de Verenigde Staten. Het werd een enorm succes. Je zou kunnen zeggen dat hij een van de pioniers is geweest van de huidige ‘all-you-can-eat’-buffetrestaurants.’
Hard werken
Chi Kuen: ‘Mijn mooiste herinnering? Geld verdienen, wie vindt dat nou niet leuk, haha. Het was een geweldige tijd, maar ook erg druk met weinig momenten om te ontspannen. De drukte lag tussen vijf en tien uur ’s avonds, maar daarvoor was je wel de hele dag aan het werk. Mensen denken dat alles klaar staat maar eigenlijk is niets klaar. Alles draait om ‘mise-en-place’. Ik werkte met twee grote industriebranders en bakte met twee woks tegelijk. Dat zie je tegenwoordig niet meer.’
‘Mijn ouders hebben een lange reis achter de rug, zowel letterlijk als figuurlijk,’ vult A’Kong aan. ‘Het leven in China was ongelooflijk moeilijk. Mijn moeder werd als baby bijna in de steek gelaten omdat haar ouders niet voor haar konden zorgen tijdens hun vlucht voor de Japanners. Overleven was het allerbelangrijkste. Ze was opgeleid als verloskundige en mijn vader werkte als werktuigbouwkundig ingenieur. Uiteindelijk hebben ze hun leven in de horeca doorgebracht. Hoewel ze hier een leven hebben kunnen opbouwen, was het niet hun droom. Ze doen het echter goed in Tilburg West.’
Na enig nadenken vervolgt hij: ‘Van Chinese mensen in Nederland wordt vaak gezegd dat ze goed zijn geïntegreerd. Dat ze hard werken en niet klagen. Dat zit deels in de cultuur en deels in de introverte aard. Maar ook in een aanzienlijke sociale druk binnen de Chinese gemeenschap in combinatie met de strenge straffen. Iedereen kent elkaar via-via. Ook die factoren verklaren het beeld van ‘De Chinezen’.
Nieuwjaar
We moeten het uiteraard ook nog hebben over het Chinese Nieuwjaar en de tradities van het geven van relatiegeschenken aan klanten van de Chinese restaurants. Die van ‘China Crown’ ontvangen dan echter niet de bekende kalender. A’Kong: ‘In plaats daarvan gaf mijn vader kleine versieringen, zoals vaasjes of lantaarns. Zijn idee is dat die dingen langer meegaan, want een kalender gooi je na een jaar weg. En hij had gelijk, want nog altijd kom je die dingen soms tegen bij de tweedehandswinkels, haha.’
Op oudejaarsavond is het meestal rustig in de restaurants. Dan gaat de familie Lam samen met vrienden eten. Ook het Chinees nieuwjaar vieren ze met het hele gezin. Het bekende vuurwerk is echter niet aan de orde. ‘Nee, dat hebben we nooit gedaan. In Nederland zijn het vooral Chinezen uit Hong-Kong die vuurwerk afsteken.’
Tot slot komt er nog een document op tafel. Een brief van de burgemeester aan het echtpaar Lam, gedateerd februari 2026. Hij feliciteert hen met hun huwelijksjubileum. A’Kong, knikkend naar zijn ouders: ‘Kijk hoe trots ze zijn. Dit vinden ze fantastisch. Ze zijn erg blij dat ze op deze leeftijd nog herinnerd worden.’
Foto’s afkomstig uit het archief van de familie Lam
1 - De familie Lam bij de balie van restaurant ‘China Crown’. Van links naar rechts: Kim, Lan Huen, Chi Kuen en A’Kong.
2 en 3 – Interieur van ‘China Crown’
4 – Chi Kuen poseert trots bij zijn Daf, voor de deru van zijn restaurant aan de Wandelboslaan.
5 – De keuken van ‘China Crown’
Tekst en interview: Theo van Etten
Stadsmuseum Tilburg